Instellingen

31


Je ziet het niet aan de wijn wanneer hij
   rood wordt, wanneer hij zijn pareling
   vrijgeeft in de beker,-

wanneer hij rechtstreeks
zijn weg gaat;

32


uiteindelijk bijt hij als een slang,-

scheidt hij gif af als een adder.

33


Je ogen zullen vreemde dingen zien,-

je hart
zal wartaal spreken.

34


Wezen zal het alsof je ligt
   in het hart van de zee,-

alsof je ligt op de top van een mast:

35


‘ze hebben me geslagen
   maar ik ben niet gewond,
   ze hebben op me gehamerd

maar ik heb van niets geweten,
   wanneer word ik wakker?-

ik ga ermee door
en zoek hem nogmaals op!’