| 31 | Welk werk ook, ge zult het niet doen; een inzetting van eeuwig voor uw generaties, waar ge ook komt te zitten!
| |
| 32 | Een sjabbat sjabbatoon is het voor u,- doen bukken zult ge uw zielen; op de negende van die maand, in de avond, zult ge van avond tot avond sabbat houden met deze uw sabbat. •
| |
| 33 | Dan spreekt de Ene tot Mozes en zegt:
| |
| 34 | spreek tot de zonen en dochters van Israël en zeg: op de vijftiende dag van deze zevende maand is het Chag Hasoekot,-, Loofhuttenfeest, zeven dagen lang, voor de Ene.
| |
| 35 | Op de eerste dag is er een oproep tot heiliging; welk dienstwerk ook, ge zult het níet doen!
| |
| 36 | Gedurende zeven dagen zult ge een vuuroffer doen naderen tot de Ene; op de achtste dag zal er weer een oproep tot heiliging voor u wezen en zult ge een vuuroffer doen naderen tot de Ene; het hoogtij is dat, welk dienstwerk ook, ge zult het niet doen!
| |
| 37 | Dit zijn de samenkomsttijden van de Ene die ge zult uitroepen met oproepen tot heiliging; om met een vuuroffer te naderen tot de Ene, een opgangsgave, een broodgift, een slachtgave en plengoffers, de afspraak voor een dag op zijn dag,-
| |
| 38 | niet meegerekend de gewone sabbatten van de Ene; en niet meegerekend uw gaven, niet meegerekend al uw geloften en niet meegerekend al uw vrijwillige gaven die ge geeft aan de Ene.
| |
| 39 | Echter, op de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer ge de opbrengst van het land inzamelt, zult ge zeven dagen feestvieren met een feest voor de Ene; op de eerste dag is het sjabbatoon en op de achtste dag is het sjabbatoon.
| |
| 40 | Nemen zult ge u op de eerste dag: een vrucht van een citrusboom, takken van palmen, een twijg van een loofboom en beekwilgen; vreugde zult ge bedrijven voor het aanschijn van de Ene, uw God, zeven dagen lang!
| |
| 41 | Vieren zult ge het als een feest voor de Ene zeven dagen per jaar; een inzetting van eeuwig voor al uw generaties,- in de zevende maand zult ge het vieren!
| |
| 42 | In loofhutten zult ge dan wonen, zeven dagen lang; al wat aan Israël ontspruit, die zullen wonen in loofhutten,-
| |
| 43 | met de bedoeling dat uw komende generaties zullen weten dat ik de zonen en dochters van Israël heb doen wonen in loofhutten toen ik hen uitleidde uit het land van Egypte,- ik, de Ene, God-over-u!
| |
| 44 | Zo spreekt Mozes over de samenkomsttijden van de Ene,- tot de zonen en dochters van Israël. •
| |