Zo is Jehosjafat koning over Juda; hij is vijfendertig jaar als hij koning wordt en is vijfentwintig jaar koning gebleven in Jeruzalem; de naam van zijn moeder is Azoeva, een dochter van Sjilchi.
Hij gaat voort over de weg van zijn vader, Asa, en heeft zich daarvan nooit verwijderd: hij deed wat recht is in de ogen van de Ene.
33
Alleen zijn de offerhoogten niet verwijderd,- nóg had de gemeenschap zijn hart niet gezet op de God van hun vaderen.
34
De overige bewoordingen over Jehosjafat, de eerdere en de latere,- zie, die staan geschreven in de bewoordingen van Jehoe, de zoon van Chanani, die opgenomen zijn in de boekrol van Israëls koningen.
35
Na dat alles heeft Jehosjafat, de koning van Juda, zich verbonden met Achazja, de koning van Israël; die is boosaardig geweest in zijn doen.
36
Hij verbindt zich met hem om schepen klaar te maken om naar Tarsjiesj te gaan; ze máken schepen klaar in Etsjon Gever.
37
Maar dan profeteert Eliëzer, zoon van Dodavahoe uit Maresja, over Jehosjafat, en zegt: met dat jij je verbonden hebt met Achazjahoe heeft de Ene je daden doorbroken!- schepen lijden schipbreuk en hebben het niet bereikt om naar Tarsjiesj te gaan!