Instellingen

31


Zo is Jehosjafat koning over Juda;

hij is vijfendertig jaar als hij koning wordt
en is vijfentwintig jaar
   koning gebleven in Jeruzalem;

de naam van zijn moeder is
Azoeva, een dochter van Sjilchi.

32


Hij gaat voort

over de weg van zijn vader, Asa,
   en heeft zich daarvan nooit verwijderd:

hij deed wat recht is in de ogen
   van de Ene.

33


Alleen zijn de offerhoogten niet verwijderd,-

nóg had de gemeenschap zijn hart niet gezet
op de God van hun vaderen.

34


De overige bewoordingen
   over Jehosjafat,

de eerdere en de latere,-
zie, die staan geschreven
in de bewoordingen van Jehoe,
   de zoon van Chanani,

die opgenomen zijn
in de boekrol van Israëls koningen.

35


Na dat alles

heeft Jehosjafat, de koning van Juda,
   zich verbonden
   met Achazja, de koning van Israël;

die is boosaardig geweest in zijn doen.

36


Hij verbindt zich met hem

om schepen klaar te maken
   om naar Tarsjiesj te gaan;

ze máken schepen klaar in Etsjon Gever.

37


Maar dan profeteert

Eliëzer, zoon van Dodavahoe uit Maresja,
over Jehosjafat, en zegt:
met dat jij je verbonden hebt met Achazjahoe
heeft de Ene je daden doorbroken!-
schepen lijden schipbreuk
en hebben het niet bereikt
   om naar Tarsjiesj te gaan!