Instellingen

31


Maar de mannen
   die met hem samen zijn opgeklommen,
   hebben gezegd:

dat vermogen we niet,
   opklimmen tot die gemeenschap!,

want die is sterker dan wij!

32


Ze laten over het land
   dat ze hebben verkend
   lasterpraat uitgaan

naar de zonen Israëls, door te zeggen:
het land
waardoor we zijn overgestoken
   om het te verkennen,

een land
dat z’n ingezetenen verslindt is dat
en heel de gemeenschap
   die we erin hebben gezien
   bestaat uit mannen van formaat!

33


Daar hebben we gezien:

de reuzen!, de zonen van Anak,
   die tot de reuzen behoren;

we waren in onze eigen ogen als sprinkhanen
en dat zijn we in hun ogen ook geweest!