Instellingen

31


weest dan niet bevreesd;

gíj verschilt van vele mussen!-

32


ieder dan die zich voor de mensen

uitspreekt als één met mij,-
ook ík zal mij uitspreken
als één met hem
voor mijn Vader die in de hemelen is;

33


maar wie mij verloochenen zal

voor de mensen,
hem zal ook ík verloochenen
voor mijn Vader die in de hemelen is!-

34


meent niet dat ik gekomen ben

om vrede te werpen op het aardland;
ik ben geen vrede komen werpen,
nee: een zwaard;

35


want ik ben gekomen om een mens

op te zetten tegen zijn vader,
een dochter tegen haar moeder en
een bruid tegen haar schoonmoeder,

36


en vijanden van de mens,

dat worden zijn huisgenoten (Micha 7,6)!-

37


wie vader of moeder bemint boven mij

is mij niet waard;
wie zoon of dochter bemint boven mij
is mij niet waard,

38


en wie zijn kruis niet aanneemt

en (daarmee) achter mij navolgt
is mij niet waard;

39


wie lijf-en-ziel gevonden heeft

zal haar verliezen,
wie zijn lijf-en-ziel verliest vanwege mij
die zal haar vinden!-

40


wie u verwelkomt, verwelkomt mij,

en wie mij verwelkomt
verwelkomt hem die mij heeft uitgezonden;

41


wie een profeet verwelkomt

om zijn naam ‘profeet’,
mag het loon van een profeet
aannemen,
en wie een rechtvaardige verwelkomt
om zijn naam ‘rechtvaardige’
mag het loon van een rechtvaardige
aannemen;

42


en al wie één van deze kleinen

te drinken geeft
met een drinkbeker koelte,
alleen maar om zijn naam ‘leerling’

amen is het, zeg ik u,

die zal zijn loon niet verliezen!