| 31 | Een ander zinnebeeld houdt hij hun voor; hij zegt: het koninkrijk der hemelen lijkt op een mosterdkorrel, die een mens meeneemt en zaait in zijn akker;
| |
| 32 | dat is wel het kleinste van alle zaden, maar wanneer het opgroeit is het de grootste van de planten en wordt een boom, zodat de vogels van de hemel komen en nestelen in zijn takken! (Dan. 4,9.18)
| |
| 33 | Een ander zinnebeeld spreekt hij tot hen uit: het koninkrijk der hemelen lijkt op een zuurdesem, die een vrouw neemt en verbergt in drie maten meel, totdat het geheel gezuurd is!
| |
| 34 | Dat alles spreekt Jezus tot de scharen uit in zinnebeelden, en zonder zinnebeeld heeft hij niets tot hen uitgesproken;
| |
| 35 | opdat in vervulling gaat wat is gesproken door de profeet die zegt ‘ik zal mijn mond openen in zinnebeelden, ik zal uitbrengen wat verborgen was vanaf de grondlegging’ (Ps. 78,2).
| |
| 36 | Dán, als hij de scharen loslaat en het huis binnenkomt, komen zijn leerlingen tot hem en zeggen zij: verklaar ons het zinnebeeld van het ratelgras in de akker!
| |
| 37 | Ten antwoord zegt hij: die het góede zaad zaait is de mensenzoon;
| |
| 38 | de akker is de wereld; het goede zaad, dat zijn de zonen-en-dochters van het koninkrijk; het ratelgras, dat zijn de zonen-en-dochters van de boze;
| |
| 39 | de vijand die dat zaait, dat is de uiteenwerper; de oogst is de voleinding van deze wereldtijd en die oogsten, dat zijn engelen;
| |
| 40 | zoals dan het ratelgras bijeengelezen en in vuur verbrand wordt, zó zal het zijn in de voleinding van deze wereldtijd:
| |
| 41 | de mensenzoon zal zijn engelen uitzenden en uit zijn koninkrijk zullen zij bijeenlezen alle struikelblokken en wie wetteloosheid doen (Sef. 1,3),
| |
| 42 | en zij zullen hen in de vuuroven werpen; daar zal het geween zijn en het knarsen van de tanden;
| |
| 43 | dán ‘zullen de rechtvaardigen stralen’ (Dan. 12,3) als de zon, in het koninkrijk van hun vader; wie oren heeft moet horen!
| |
| 44 | Het koninkrijk der hemelen lijkt op een schat, verborgen in de akker; een mens vindt die en verbergt hem; door de vreugde daarover gaat hij terug, verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker!
| |
| 45 | Wéér waar het koninkrijk der hemelen op lijkt: een koopman op zoek naar schone parels;
| |
| 46 | als hij één heel kostbare parel vindt, gaat hij heen, en als hij alles verkocht heeft wat hij had, koopt hij hem!
| |
| 47 | Wéér waar het koninkrijk der hemelen op lijkt: een sleepnet, in de zee geworpen, en dat van elke soort bijeenbrengt;
| |
| 48 | wanneer het vol is halen ze het omhoog, de oever op; ze gaan zitten en lezen de goede (vissen) bijeen in vaten maar de rotte werpen ze naar buiten;
| |
| 49 | zó zal het zijn in de voleinding van deze wereldtijd: de engelen zullen uittrekken en de bozen afzonderen uit het midden der rechtvaardigen,
| |
| 50 | en zullen hen werpen in de vuuroven; daar zal het geween zijn en het knarsen van de tanden!-
| |
| 51 | verstaat gij dit alles? Zij zeggen tot hem: ja!
| |
| 52 | Hij zegt tot hen: daarom lijkt iedere schriftgeleerde die leerling is geworden inzake het koninkrijk der hemelen op een mens, een huiseigenaar, die uit zijn schatkamer nieuwe en oude dingen naar buiten werpt!
| |
| 53 | En het geschiedt: wanneer Jezus deze zinnebeelden beëindigd heeft, vertrekt hij daarvandaan,
| |
| 54 | en komt aan in zijn vaderstad; in hun samenkomst heeft hij hen zo onderricht dat zij versteld stonden en zeiden: vanwaar heeft hij die wijsheid en die krachten?- is hij niet
| |
| 55 | de zoon van de timmerman?- heet zijn moeder niet Maria en zijn broers Jakobus, Jozef, Simon en Judas?-
| |
| 56 | en zijn zijn zusters niet allen bij ons?- vanwaar heeft hij dit alles?
| |
| 57 | Zij zijn over hem gestruikeld. Maar Jezus zegt tot hen: een profeet is niet zonder eer, behalve in de vaderstad en in het eigen huis!
| |
| 58 | En hij doet daar niet veel daden van kracht, door hun gebrek aan geloof.
| |