Instellingen

31


Hij komt (op haar) toe,

grijpt de hand vast en wekt haar op.
De vuurgloed laat haar los
en zij is hen gaan bedienen.

32


Als het later wordt,

wanneer de zon zakt,
zijn ze tot hem gaan brengen
allen die het kwalijk hebben
en die door demonen bezeten zijn;

33


heel de stad is zich gaan verzamelen

bij de deur.

34


Hij geneest vélen die het kwalijk hebben

door allerlei ziektes,
en werpt vele demonieën uit,-
en laat niet toe
dat de demonieën uitspreken
dat zij van hem weten.

35


Heel vroeg, als het nog nacht is,

staat hij op, gaat (de stad) uit
en gaat naar een plek in de woestijn;
dáár heeft hij gebeden.

36


Simon en die bij hem zijn volgen hem,

37


en als ze hem vinden, zeggen ze tot hem:

allemaal zoeken ze u!

38


En hij zegt tot hen:

laten we ergens anders heen gaan,
naar de aan te houden dorpssteden,
opdat ik ook dáár kan prediken;

39


want dáárvoor ben ik er op uitgegaan!

Al predikend in hun samenkomsten
komt hij in heel Galilea,
terwijl hij ook de demonieën uitwerpt.

40


Er komt tot hem een huidvraatlijder,

die hem te hulp roept
en terwijl hij een knieval maakt
tot hem zegt:
als u het wílt bent u bij machte
mij rein te maken!

41


Diep geroerd strekt hij zijn hand uit,

grijpt hem vast en zegt tot hem:
ik wíl dat, wórd gereinigd!

42


Meteen gaat de huidvraat van hem weg

en wordt hij gereinigd.

43


Hij snauwt hem af,

werpt hem meteen naar buiten

44


en zegt tot hem:

zie toe dat je aan niemand iets zegt,
nee: scheer je weg,
‘toon je aan de priester’ (Lev. 13,49)
en offer voor je reiniging
wat Mozes heeft opgedragen,
hun tot getuigenis!

45


Maar buitengekomen

begint hij het meeste uit te bazuinen
en aan het gesprokene
ruchtbaarheid te geven,
zodat hij niet meer bij machte is
in het openbaar een stad binnen te komen,
maar daarbuiten heeft moeten zijn
op plekken in de woestijn;
toch zijn zij naar hem toe blijven komen,
van overal.