en wanneer het is gezaaid, schiet het op en wordt het groter dan alle tuingewassen en maakt het takken, zó groot dat ‘onder zijn schaduw de vogels van de hemel vermogen te schuilen’ (Ps. 104,12)!
33
En in tal van zulke zinnebeelden heeft hij tot hen het Woord gesproken, naardat zij bij machte zijn geweest het te horen;
34
behalve in zinnebeelden heeft hij niet tot hen gesproken, maar alleen heeft hij voor de eigen leerlingen alles opgelost.
35
Op díe dag zegt hij tot hen, terwijl het schemerig wordt: laten we doorsteken naar de overkant!
36
Ze laten de schare gaan en nemen hem met zich mee, in de boot, zoals hij (eraan toe) geweest is* Of (Marie v.d. Zeyde): waar hij tóch al aan boord was.; andere boten zijn bij hem geweest.
37
Dan geschiedt er een grootse stormwind,- de golven hebben zich op de boot geworpen, zodat de boot gelijk al volliep.
38
Híj heeft in het achterschip tegen de hoofdsteun aan liggen slapen! Ze wekken hem en zeggen tot hem: leermeester, raakt het u niet dat we vergaan?
39
Dan helemaal ontwaakt straft hij de wind af en zegt tot de zee: zwijg jij, houd je koest!– en de wind gaat liggen en er geschiedt een grote stilte.
40
Hij zegt tot hen: waarom zo bangelijk?- hoe kunt ge zo zonder geloof zijn?
41
Zij worden bevreesd met grote vrees, en hebben tot elkaar gezegd: wie is híj dan wel, dat én de wind én de zee hem onderhorig is?