Instellingen

31


En hij begint hen te onderrichten

dat de mensenzoon veel móet lijden,
verworpen moet worden door de oudsten,
de heiligdomsoversten en de schriftgeleerden
en ter dood gebracht zal worden
en na drie dagen opstaan;

32


openhartig heeft hij dit woord gesproken.

Petrus neemt hem terzijde
en begint hem te bestraffen.

33


Maar hij keert zich om,

ziet zijn leerlingen aan, bestraft Petrus
en zegt: ga weg, achter mij, satan,
want je zint niet op de dingen van God,
nee, op die van de mensen!

34


Hij roept de schare

samen met zijn leerlingen tot (zich)
en zegt tot hen:
als iemand dat wíl, achter mij komen,
laat hij zichzelf verloochenen,
zijn kruis optillen, en dan mij volgen!-

35


want wie ook maar zijn lijf-en-ziel wil redden,

die zal haar verliezen,
maar wie ook maar zijn lijf-en-ziel zal verliezen
vanwege mij en het evangelie* Of: de verkondiging.,
die zal haar redden;

36


want wat baat het een mens

om de hele wereld-op-orde te winnen
en beschadigd te worden aan zijn lijf-en-ziel?-

37


want wat kan een mens geven

in ruil voor zijn lijf-en-ziel?-

38


want wie zich voor mij en mijn woorden

zal schamen
in deze overspelige en zondige generatie,
voor hem zal ook de mensenzoon
zich schamen,
wanneer, in de glorie van zijn Vader,
hij met de heilige engelen* Of: aankondigers. zal komen!