| 7:31 | Lucas |
waarmee dan zal ik de mensen van deze generatie vergelijken,- waarop lijken ze?-
|
| 7:32 | Lucas |
ze lijken op jongetjes die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen het vaak gezegde ‘we fluiten voor jullie en jullie dansen niet, klaagliederen zingen we en jullie huilen niet!’-
|
| 7:33 | Lucas |
want Johannes de Doper is gekomen, eet geen brood en drinkt geen wijn en ge zegt: die heeft een demonie!-
|
| 7:34 | Lucas |
dan is gekomen de mensenzoon, eet en drinkt wél, en ge zegt: zie een mens die een vreter en wijnzuiper is, vriend van tollenaars en zondaars!-
|
| 7:35 | Lucas |
de wijsheid wordt gerechtvaardigd door allen die haar kinderen zijn!
|
| 7:36 | Lucas |
Maar een van de Farizeeërs heeft hem gevraagd om bij hem te eten; hij komt binnen in het huis van de Farizeeër en gaat aanliggen.
|
| 7:37 | Lucas |
Ziedaar een vrouw die in de stad een zondares is; als haar ter kennis komt dat hij neerligt in het huis van de Farizeeër, brengt ze een albasten flesje mirre mee,
|
| 7:38 | Lucas |
komt wenend achter hem -bij zijn voeten- staan en begint met de tranen zijn voeten nat te maken; zij heeft ze met de haren van haar hoofd afgewist, zij heeft zijn voeten gekust en ze gezalfd met de mirre.
|
| 7:39 | Lucas |
Maar als de Farizeeër die hem geroepen heeft dat ziet, zegt hij bij zichzelf,- hij zegt: als hij een profeet geweest was had hij herkend wie en wat voor iemand die vrouw is die hem vastgrijpt: dat ze een zondares is!
|
| 7:40 | Lucas |
Ten antwoord zegt Jezus tot hem: Simon, ik heb je iets te zeggen! ‘Leermeester, zeg het!’ brengt hij uit.
|
| 7:41 | Lucas |
Twéé schuldenaars had een zeker geldschieter; de ene was hem vijfhonderd dinar schuldig, de andere vijftig;
|
| 7:42 | Lucas |
als ze niets hebben om terug te geven begenadigt hij beiden; dus wie van hen zal hem het méést liefhebben?
|
| 7:43 | Lucas |
Ten antwoord zegt Simon: ik neem aan: diegene die hij het meest begenadigt! Hij zegt tot hem: je hebt juist geoordeeld!
|
| 7:44 | Lucas |
Hij keert zich om naar de vrouw en brengt tot Simon uit: je kijkt deze vrouw aan?- ik kwam binnen in je huis,- water-over-voeten heb je mij niet gegeven; maar zij maakt met haar tranen mijn voeten nat en wist ze met haar haren af;
|
| 7:45 | Lucas |
een kus geef je mij niet; maar zij is, vanaf dat ik binnenkom, niet opgehouden mijn voeten te kussen;
|
| 7:46 | Lucas |
jij zalft mijn hoofd niet met olie; maar zij zalft mijn voeten met mirre!-
|
| 7:47 | Lucas |
om die genade, zeg ik je, mogen haar zonden, die vele, vergeven zijn,- omdat zij véél liefde betoont!- maar aan wie weinig wordt vergeven, die betoont weinig liefde!
|
| 7:48 | Lucas |
Maar tot haar zegt hij: mogen jouw zonden vergeven zijn!
|
| 7:49 | Lucas |
Die mee-aanliggen beginnen bij zichzelf te zeggen: wie is hij, dat hij ook zonden vergeeft?
|
| 7:50 | Lucas |
Maar tot de vrouwe zegt hij: je geloof heeft je gered, ‘ga heen tot vrede!’ (1 Sam. 1,17)
|