Maar hij zegt tot hen: ík heb een spijze te eten waarvan gíj niet weet!
33
Dus hebben de leerlingen tot elkaar gezegd: heeft iemand hem te eten gebracht?
34
Jezus zegt tot hen: mijn spijze is dat ik de wil doe van hem die mij stuurt en zijn werk volbreng!-
35
zegt gíj niet altijd ‘vier maanden is het nog en de oogst komt eraan!’- zie, ik zeg u: heft uw ogen op en aanschouwt de velden: ze zijn wit om te oogsten;
36
reeds neemt de oogstmaaier zijn loon aan en verzamelt hij vrucht voor eeuwigheidsleven, zodat hij die zaait zich net zo verheugt als wie oogst;
37
want hierbij is het woord waarachtig dat het er een is die zaait en een ander die oogst:
38
ík zend u uit om iets te oogsten waarvoor gíj niet hebt gezwoegd; anderen hebben gezwoegd en gij zijt in hun zwoegen binnengekomen!
39
Maar uit die stad gaan velen van de Samaritanen in hem geloven door het woord van de vrouw, die getuigt ‘hij heeft mij alles gezegd wat ik heb gedaan’.
40
Met dat dan de Samaritanen bij hem aankomen hebben ze hem gevraagd om bij hen te blijven en is hij daar twee dagen gebleven!-
41
en nog veel meer gaan er geloven door zijn eigen woord.
42
En tot de vrouw hebben ze gezegd: we geloven niet meer alleen door jouw verhaal, want we hebben zelf gehoord en weten dat hij waarachtig is de redder van de wereld!