Instellingen

31


onze vaderen hebben

het manna gegeten in de woestijn
gelijk geschreven is:
‘brood uit de hemel gaf hij hun te eten’ (Ps. 78,24).

32


Dan zegt Jezus tot hen:


amen, amen, ik zeg u:

niet Mozes
heeft u het brood uit de hemel gegeven
nee, mijn Vader geeft het u,-
het waarachtige brood uit de hemel!-

33


want het brood van God

is hij die neerdaalt uit de hemel
en aan de wereld leven geeft.

34


Dan zeggen ze tot hem:

heer, geef ons altijd dat brood!

35


Jezus zegt tot hen:

ík ben het brood des levens;
wie tot mij komt
zal geenszins hongeren;
wie in mij gelooft
zal nooit of te nimmer dorsten (cf. Sirach 24,21)!-

36


echter, ik heb u gezegd:

én ge hebt gezien
én geloven doet ge niet;

37


al wat de Vader mij geeft

zal tot mij komen,
en wie tot mij komt
zal ik geenszins naar buiten uitwerpen,-

38


omdat ik van de hemel neergedaald ben

niet om mijn wil te doen
nee, de wil van wie mij heeft gestuurd;

39


en dit is de wil van wie mij heeft gestuurd

met al wat hij mij heeft gegeven:
dat ik daarvan niets verloren laat gaan
nee, het zal doen opstaan ten laatsten dage;

40


ja, dit is de wil van mijn Vader

dat al wie de zoon aanschouwt
en gelooft in hem
eeuwigheidsleven heeft;
hem zal ík ten laatsten dage doen opstaan!

41


Toen zijn de Judeeërs

over hem gaan murmureren
omdat hij zei:
ik ben
het brood dat neerdaalt uit de hemel,

42


en zij hebben gezegd:

is hij niet
Jezus-de-zoon-van-Jozef?-
weten wíj niet
van de vader en de moeder?-
hoe kan hij ineens zeggen
‘ik ben neergedaald uit de hemel’?

43


Jezus antwoordt en zegt tot hen:

mort niet onder elkaar!-

44


niemand is bij machte tot mij te komen,

als de Vader die mij heeft gestuurd
hem niet trekt;
en dan doe ík
hem ten laatsten dage opstaan;

45


er is geschreven bij de profeten

‘en allen zullen door God onderricht zijn’

(Jes. 54,13);

al wie het van de Vader hoort en leert,
komt tot mij;

46


niet dat iemand de Vader heeft gezien:

alleen hij die van bij God is,
die heeft de Vader gezien;

47

amen, amen, ik zeg u:
wie gelooft heeft eeuwig leven!-

48


ik ben het brood des levens;

49


uw vaderen

hebben in de woestijn het manna gegeten
en zijn gestorven;

50


dit brood is het

dat neerdaalt uit de hemel,
opdat wie daarvan eet niet sterft!-

51


ik ben het levende brood

dat is neergedaald uit de hemel;
als iemand eet van dit brood
zal hij leven tot in de eeuwigheid;
het brood dat ík zal geven
is mijn vlees,
voor het leven der wereld!

52


Toen zijn de Judeeërs

met elkaar in een twist geraakt;
ze zeiden: hoe is hij bij machte
ons het vlees te eten te geven!

53


Dan zegt Jezus tot hen:


amen, amen, ik zeg u:

als ge niet eet van
het vlees van de mensenzoon
en zijn bloed drinkt
hebt ge geen leven in u;

54


wie mijn vlees verslindt

en mijn bloed drinkt
heeft eeuwig leven,-
en ík zal hem ten laatsten dage
doen opstaan;

55


want mijn vlees is waarachtig voedsel

en mijn bloed is ware drank;

56


wie mijn vlees verslindt

en mijn bloed drinkt
blijft in mij en ik in hem;

57


zoals de levende Vader

mij heeft gezonden
en ik leef door de Vader,
zal ook wie mij verslindt
leven door mij;

58


zo is het met het brood

dat is neergedaald uit de hemel;
niet zoals de vaderen gegeten hebben,
en gestorven zijn!-
wie dit brood verslindt
zal leven tot in eeuwigheid.

59


Deze dingen zegt hij

in zijn onderricht in een samenkomst
in Kafarnaoem.

60


Dan zeggen, als ze het horen,

velen van zijn leerlingen:
hard is dit spreken;
wie is bij machte dit te horen?