Instellingen

31


Dan keert Samuël om, Saul achterna,-

en Saul heeft zich gebogen voor de Ene.
••

32


Samuël zegt:
   laat tot mij nadertreden Agag,
   Amaleks koning!

En hij, Agag, gaat mee
naar hem toe, in boeien;
Agag zegt:
voorwaar,
   geweken is de bitterheid van de dood!

••

33


Samuël zegt:

zoals jouw zwaard
   vrouwen kinderloos heeft gemaakt,

zó wordt nu van alle vrouwen
   je moeder kinderloos!

En Samuël hakt Agag in stukken,
   voor het aanschijn van de Ene in de Gilgal.

••

34


Samuël gaat terug naar Rama,

en Saul is opgeklommen
   naar zijn huis te Gibea van Saul.

35


Samuël zal Saul niet meer zien,
   tot op de dag van zijn dood;

want Samuël rouwt om Saul:
de Ene heeft spijt gekregen
dat hij Saul koning over Israël heeft gemaakt.