| 9:3 | om u ben ik verheugd en juich ik, ✡ ik bezing uw naam, o Allerhoogste!
| |
| 9:4 |
Bij de keer van mijn vijanden terugwaarts ✡ struikelen zij, gaan zij verloren vanwege uw aanschijn;
| |
| 9:5 | want gij beslechtte mijn rechtszaak, mijn oordeel, ✡ gij zat op de troon als rechter van gerechtigheid!
| |
| 9:6 |
Gedreigd hebt ge volkeren, liet teloorgaan een booswicht, ✡ wiste hun naam weg, voor eeuwig en altijd;
| |
| 9:7 | de vijand: zijn puinhopen zwijgen, steden rukte gij voor immer weg, ✡ teloor ging hun gedachtenis, de hunne!
| |
| 9:8 |
Echter is de Ene gezeten voor eeuwig, ✡ voor rechtspraak vestte hij zijn troon;
| |
| 9:9 | hij, hij richt de wereld met gerechtigheid, ✡ beoordeelt naties naar wat juist is.
| |
| 9:10 |
Geen vertrapte voor wie de Ene niet een burcht is, ✡ een burcht voor de tijden van benauwing;
| |
| 9:11 | die uw naam kennen vinden veiligheid bij u, ✡ nee Ene, nooit hebt ge verlaten wie u zoeken!
| |
| 9:12 |
Heft muziek aan voor de Ene die zetelt op Sion, ✡ meldt in de gemeenschappen zijn daden!-
| |
| 9:13 | want het bloedspoor volgend was hij hen indachtig, ✡ vergat niet het schreeuwen van verdrukten.
| |
| 9:14 |
Ik word verdrukt door mijn haters, Ene, wees mij genadig, zie het, ✡ wil mij opheffen uit de poorten van de dood,
| |
| 9:15 | opdat ik kan verhalen al uw lof in de poorten van de dochter Sions, ✡ en jubelen over uw reddende werk!
| |
| 9:16 |
Ja, daar vielen volkeren in de kuil die ze zelf maakten, ✡ in het net dat zij hadden verborgen liepen hun eigen voeten vast;
| |
| 9:17 | de Ene liet zich kennen, hij deed recht, ✡ in de werking van zijn handen heeft de booswicht zich verstrikt. higajon sela
| |
| 9:18 |
Keren zullen booswichten terug naar de hel, ✡ alle volkeren, die vergeters van God;
| |
| 9:19 | want een arme wordt niet vergeten voor immer, ✡ de hoop van verdrukten is niet verloren voor altijd.
| |
| 9:20 |
Laat niet een mensje te sterk zijn, Ene, sta op!- ✡ laat volkeren worden berecht hier voor uw aanschijn!
| |
| 9:21 | O Ene, breng hun ontzag bij, laat volkeren weten ✡ dat ze niet meer zijn dan elk mensje! sela
| |
| 10:1 |
Maar Ene, waarom staat ge in de verte stil, ✡ blijft ge weggekropen in de tijden van benauwing?-
| |
| 10:2 | door de trots van een boosdoener brandt een gebukte, ✡ worden zij gegrepen!- door de plannen die zij beraamden;
| |
| 10:3 | want een booswicht prijst zichzelf om het verlangen van zijn ziel, ✡ zegent een woekeraar, hoont de Ene!
| |
| 10:4 |
Neus in de hoogte, zoekt zo’n booswicht helemaal niets, ✡ geen God komt er nog voor in al zijn plannen;
| |
| 10:5 | zijn wegen zijn voorspoedig te allen tijde, tegenover hem gaan uw regels te hoog, ✡ allen die hem benauwen fluit hij uit;
| |
| 10:6 | hij heeft in zijn hart gezegd: ik wankel nooit, ✡ van generatie tot generatie kniel ik niet!
| |
| 10:7 |
Puilend vol is zijn mond van bedrog en bedreiging, ✡ onder zijn tong enkel onheil en ellende;
| |
| 10:8 | hij zit in hinderlagen achter een hofmuur, op verborgen plekjes vermoordt hij een onschuldige, ✡ zijn ogen loeren op een zwakke;
| |
| 10:9 | in het verborgene legt hij lagen als een leeuw in een loofhut, legt zijn lagen voor de
roof van een gebukte, ✡ hij berooft een gebogene als hij hem meetrekt in zijn net;
| |
| 10:10 | hij slaat neer, duikt ineen: ✡ daar viel weer een zwakke in zijn klauwen!-
| |
| 10:11 | zeggen zal hij in zijn hart: God is het vergeten, ✡ heeft zijn aanschijn verborgen, nooit en te nimmer iets gezien!
| |