Instellingen

10:12

Sta op, Ene,
God, hef op uw hand, ✡
wil gebukten niet vergeten!

10:13


Hoe heeft zo’n booswicht
   God kunnen honen?- ✡

hij heeft in zijn hart gezegd:
‘jij zult nergens naar zoeken!’

10:14


Maar u zag het,

ja u, ellende en onheil zag u
   om het te wegen in uw hand.


Toeverlaat werd u voor de zwakke, ✡

een wees,
gijzelf zijt zijn helper geworden!-

10:15


breek de arm van een booswicht. ✡


Wie kwaad doet:

zoek zijn boosheid op,
   dan is zij nergens meer te vinden!

10:16


De Ene is koning
   voor eeuwig en immer, ✡

volkeren zijn verdwenen
uit zijn land!

10:17

Zeker hebt gij, Ene,
   het verlangen van gebukten gehoord, ✡
bevestig hun hart,
merk op met uw oor!-

10:18


om recht te doen wees en vertrapte,

dat men het nooit meer waagt ✡
een mensje op te jagen
uit het land!

11:1


Psalm 11 (10) • In Domino confido. (Voor de koorleider,

v. David.)

Bij de Ene vond ik toevlucht,
hoe kunt ge dan zeggen tot mijn ziel: ✡
‘vogeltjes,
vlieg naar jullie berg!’

11:2


Zeker, ziedaar de bozen,

zij leggen een boog aan,
staan gereed met de pijl op de pees,- ✡
om in het donker te richten
op de oprechten van hart.

11:3


Zeker, de grondslagen scheuren,- ✡

een rechtvaardige,
wat heeft hij bereikt?

11:4


Maar de Ene in zijn heilige tempel,

de Ene in de hemelen op zijn troon:
zijn ogen aanschouwen, ✡
zijn wimpers keuren de zonen van Adam.

11:5


De Ene,- een rechtvaardige keurt hij,
   een booswicht

en een minnaar van geweld ✡
heeft zijn ziel altijd gehaat.

11:6


Over bozen laat hij regenen

kolen vuur en zwavel; ✡
een geestesstorm woestijnwind
is het deel huns bekers.

11:7


Want de Ene, een rechtvaardige,
   heeft al wat rechtvaardig is lief; ✡

wie oprecht is,-
zij aanschouwen zijn aanschijn!

12:1


Psalm 12 (11) • Salvum me fac. (Voor de koorleider, op de achtste;

een musiceerstuk v. David.)

12:2


Breng redding, Ene,
   want met vroomheid is het uit, ✡

ja onder Adams zonen
zijn getrouwen dun gezaaid!

12:3


Van man tot makker praten ze over niets,
   hun lippen gladgeschoren, ✡

hart zus en hart zo gaat hun praat.

12:4


De Ene snijdt uit:
   alle lippen gladgeschoren, ✡

de tong
die nu nog grote praatjes heeft,

12:5


van hen die zeiden: met onze tong
   zullen wij de held zijn,

onze lippen met ons, ✡
wie is ons de baas!

12:6


Uit het geweld over gebukten,
   uit het zuchten van armen
   zal ik nu opstaan, zegt de Ene, ✡

zet ik in vrijheid
wie men uitfluit!

12:7


Woorden van de Ene
   zijn woorden glaszuiver,
   zilver gesmolten

in een smeltkroes in de aarde, ✡
gelouterd
zevenmaal.

12:8


Gij, Ene, wilt hen bewaken, ✡

zult ons hoeden
voor dit geslacht voor eeuwig;

12:9


terwijl rondom

boosdoeners hun gang gaan ✡
en gemeenheid zich breed maakt
bij Adams zonen.

13:1


Psalm 13 (12) • Usquequo. (Voor de koorleider,

een musiceerstuk v. David.)

13:2


Tot wanneer, Ene,
   vergeet ge mij blijvend?- ✡

tot wanneer!-
verbergt ge voor mij uw aanschijn?

13:3


Tot wanneer draag ik plannen

moederziel alleen,
verdriet in mijn hart overdag?- ✡
tot wanneer!-
verheft zich over mij mijn vijand?

13:4


Kijk toch; antwoord mij, Ene, mijn God, ✡

verlicht mijn ogen,
dat ik niet inslaap in de dood;

13:5


dat mijn vijand niet zal zeggen:
   ‘ik heb hem overmocht!’, ✡

mijn benauwers niet zullen juichen
omdat ik wankel.

13:6


Maar ik, ik weet mij in uw vriendschap zeker,
   mijn hart zal juichen

om uw redding!-
ik zal zingen voor de Ene, ✡
omdat hij mij zo weldeed!

14:1


Psalm 14 (13) • Dixit insipiens. (Voor de koorleider,

v. David.)

Dwaas geworden zei er een met heel zijn hart:
geen God is ons gebleven!- ✡
ze stichten verderf,
maken een gruwel van elke daad,
geen is er die goed doet!