| 14:2 | De Ene keek uit de hemelen neer over de zonen van Adam, om te zien of er nog een was met inzicht, ✡ een die zoekende was naar God.
| |
| 14:3 | Maar alles was afgeweken, eendrachtig bedorven, geen die goed deed!- ✡ niet een meer, zelfs niet een!
| |
| 14:4 | Wisten zij van niets, al die aanstichters van onheil, uitvreters van mijn gemeente, die zij vraten als brood?- ✡ de Ene riepen zij niet aan!
| |
| 14:5 | Daar had je ze, geschrokken: een en al schrik, ✡ want God was bij het geslacht van een oprechte!
| |
| 14:6 | Wilt ge het plan van een gebukte beschamen?- ✡ want zijn toevlucht is de Ene!
| |
| 14:7 | Wie geeft uit Sion Israël redding?- de Ene, als hij keert de kerkering van zijn gemeente; ✡ dan zal Jakob juichen en Israël zich verheugen!
| |
| 15:1 | Psalm 15 (14) • Domine, quis habitabit? (Een musiceerstuk, v. David.)
Ene, wie zal te gast zijn in uw tent, ✡ wie wonen op de bergtop van uw heiligdom?
| |
| 15:2 | Die volmaakt is in wandel, en rechtvaardig in doen, ✡ een spreker van waarheid met heel zijn hart;
| |
| 15:3 | nooit had hij lasterpraat op zijn tong, nooit deed hij zijn metgezel kwaad, ✡ nooit bracht hij smaad over zijn naaste;
| |
| 15:4 | minachting vond in zijn ogen wie versmading verdient, en wie de Ene vrezen geeft hij glorie; ✡ en zwoer hij zichzelf ten kwade, ook dan wijzigt hij niets!-
| |
| 15:5 | zijn geld gaf hij niet tegen rente, geschenken tegen een onschuldige nam hij nooit aan; een dader van dit alles ✡ wankelt niet, voor eeuwig.
| |
| 16:1 | Psalm 16 (15) • Conserva me, Domine. (Handschrift, v. David.)
Waak over mij, God, ✡ want ik heb toevlucht gezocht bij u!-
| |
| 16:2 | ik zei tot de Ene: mijn Heer zijt gij, ✡ mijn goed,- niets gaat er boven u!-
| |
| 16:3 | tot de heiligen die er in het land nog zijn: ✡ machtigen in wie al mijn behagen is!
| |
| 16:4 | Overvloedig worden de smarten van hen die zich haasten achter een ander: ik pleng geen druppel in hun plengoffers van bloed, ✡ ik neem hun naam niet op mijn lippen!
| |
| 16:5 | Ene, het deel van mijn erfgoed en mijn beker, ✡ gij beschermt wat het lot mij toewees!
| |
| 16:6 | De snoeren zijn mij gevallen in lieflijke plaatsen, ✡ ja, mijn erfdeel heeft mij bekoord!
| |
| 16:7 | Ik zegen de Ene die mij raad gaf, ✡ ja, nachten lang manen mij mijn nieren.
| |
| 16:8 | Ik houd mijzelf de Ene voor, voortdurend, ✡ want met hem aan mijn rechterhand wankel ik niet.
| |
| 16:9 | Daarom is mijn hart verheugd en juicht mijn lever, ✡ ja, mijn vlees kan veilig wonen.
| |
| 16:10 | Want gij laat mijn ziel niet over aan de hel, ✡ geeft geen verderf te zien aan uw vriend!
| |
| 16:11 | Ge maakt mij bekend het pad des levens, verzadiging met vreugden bij uw aanschijn, ✡ lieflijkheden in uw rechterhand altijd!
| |
| 17:1 | Psalm 17 (16) • Exaudi, Domine. (Gebed; v. David.)
Aanhoor, Ene, oprechtheid, merk op mijn jammeren, heb oor voor mijn gebed, ✡ het komt niet van lippen vol bedrog!
| |
| 17:2 | Van voor uw aanschijn moge een gericht over mij uitgaan, ✡ niets dan oprechtheid zullen uw ogen aanschouwen!
| |
| 17:3 | U keurde mijn hart, monsterde ’s nachts, u hebt mij gelouterd, u vond niets ✡ waarvan ik bedacht heb: ‘dat kome nooit over mijn mond!’
| |
| 17:4 | Om te handelen als een mens naar het woord van uw lippen ✡ heb ik gewaakt voor roverspaden!
| |
| 17:5 | Door mijn schreden te houden in uw sporen ✡ wankelen mijn passen niet!
| |
| 17:6 | Ik heb u aangeroepen, geef mij antwoord, o God, ✡ leen mij uw oor, wil horen wat ik zeg!
| |
| 17:7 | Toon het wonder van uw vriendschap, redder van wie komen om toevlucht, ✡ meer dan van opstandigen,- door uw rechterhand!
| |
| 17:8 | Bewaak mij als het mannetje in uw oog, ✡ wil mij in de schaduw van uw vleugels bergen!
| |