| 151 |
Toch zijt gij, Ene, veel nader, ✡ en al uw geboden zijn getrouw.
| |
| 152 |
Thans en vanouds weet ik uit uw overeenkomsten: ✡ dat gij ze voor eeuwig hebt gegrondvest.
Res. Vide humilitatem meam.
| |
| 153 |
Verleen mij vrijheid, zie mijn ellende, ✡ want uw onderricht heb ik nooit vergeten.
| |
| 154 |
Voer mijn geding en verlos mij, ✡ om uw toezegging: doe mij leven!
| |
| 155 |
Ver van bozen is elke redding, ✡ want uw inzettingen zochten zij niet.
| |
| 156 |
Veelvuldig, Ene, zijn uw ontfermingen; ✡ naar uw regels: doe mij leven!
| |
| 157 |
Vele waren mijn vervolgers, mijn benauwers,- ✡ van uw overeenkomsten ben ik nooit geweken.
| |
| 158 |
Vol afschuw zag ik de verraders aan ✡ die wat gij toezegt niet hebben bewaakt.
| |
| 159 |
Verordeningen van u zijn mijn liefde, wil dat zien! ✡ Ene, toon uw vriendschap, doe mij leven!
| |
| 160 |
Van A tot Z is uw woord betrouwbaar, ✡ voor eeuwig is al uw rechtspraak rechtvaardig!
Sen. Principes persecuti sunt.
| |
| 161 |
Wel vervolgden mij vorsten om niets, ✡ maar mijn hart duchtte slechts uw woorden.
| |
| 162 |
Wat gij toezegt, daarom ben ik vrolijk, ✡ als een vinder van roofgoed overvloedig!
| |
| 163 |
Wie liegt ben ik gaan haten, was mij een gruwel, ✡ uw onderricht heb ik bemind.
| |
| 164 |
Wel zevenmaal daags heb ik u geloofd ✡ om uw gerechte regels.
| |
| 165 |
Wie minnen uw onderricht, hun vrede is overvloedig, ✡ geen struikeling ligt op hun pad!
| |
| 166 |
Wachten zal ik, o Ene, op uw reddende werk, ✡ uw geboden zal ik doen!
| |
| 167 |
Waken zal mijn ziel over uw overeenkomsten, ✡ ik min die bovenmate!
| |
| 168 |
Waken zal ik over uw verordeningen en uw overeenkomsten, ✡ ja, al mijn wegen liggen voor u bloot!
Thav. Appropinquet deprecatio.
| |
| 169 |
Zij nadere, mijn jammerklacht, tot uw aanschijn, Ene; ✡ schenk mij inzicht, naar uw woord.
| |
| 170 |
Zij kome, mijn smeking, voor uw aanschijn; ✡ zoals gij hebt toegezegd: ontruk mij!
| |
| 171 |
Zingen zullen mijn lippen uw lof uitbundig, ✡ als gij mij uw inzettingen leert.
| |
| 172 |
Zo zal mijn tong op uw toezegging antwoorden, ✡ want gerechtigheid zijn al uw geboden.
| |
| 173 |
Zij uw hand daar om mij te helpen, ✡ nu ik voor uw orders heb gekozen.
| |
| 174 |
Zeer diep verlang ik, o Ene, naar uw reddende werk, ✡ uw onderricht is mijn verkwikking.
| |
| 175 |
Zal mijn ziel leven, zij zal u loven, ✡ uw rechtsregels zullen mij helpen!
| |
| 176 |
Zo ik verdwaald ben, als een schaap verloren, zoek dan uw dienaar, ✡ want uw geboden zal ik niet vergeten! | |