| 17:9 | Voor het aanschijn van de boosdoeners die op mij jagen, ✡ mijn zielsvijanden die mij hebben omsingeld!
| |
| 17:10 | Met vet hebben zij hun hart omsloten, ✡ hoogmoed spreken zij met hun mond.
| |
| 17:11 | ‘Onze schreden!’ Nu zijn ze rondom mij,- ✡ hun oogmerk is dat men zich uitstrekt op de aarde!
| |
| 17:12 | Het lijkt op een leeuw die belust is op roof, ✡ op een welp die klaarzit op verborgen plekjes.
| |
| 17:13 | Sta op, Ene!- treed zijn aanschijn tegemoet, breng hem op de knieën, ✡ doe mijn ziel ontkomen aan de boze door uw zwaard;
| |
| 17:14 | aan de lieden, door uw hand, Ene, aan de lieden, uit dit bestel!- ✡ wier deel ligt in dit leven.
Al vult ge met wat gij bewaart hun buik, al verzadigen zich hun zonen, ✡ en laten ze hun overschot nog liggen voor hun telgen,-
| |
| 17:15 | ik zal gerechtvaardigd aanschouwen uw aanschijn, ✡ bij het ontwaken mij verzadigen aan uw gestalte.
| |
| 18:1 | Psalm 18 (17) • Diligam te, Domine. (Voor de koorleider, v. de dienaar van de Ene, v. David, die voor de Ene onder woorden bracht de woorden van deze zang,- ten dage dat de Ene hem ontrukte aan de greep van al zijn vijanden, aan de hand van Saul; hij zegt:)
| |
| 18:2 | Ik wil u minnen, Ene, o mijn sterkte, ✡
| |
| 18:3 | Ene, mijn steenrots en mijn bastion;
die maakt dat ik ontkom, mijn God, mijn rots, bij hem vind ik toevlucht, ✡ mijn schild, de hoorn van mijn heil, mijn hoge burcht!
| |
| 18:4 | Geloofd zij hij, ik riep tot de Ene: ✡ van mijn vijanden werd ik gered!
| |
| 18:5 | Banden des doods hadden mij omvat, ✡ belials-beken vielen over mij heen.
| |
| 18:6 | Banden der hel hadden mij omringd, ✡ worgstrikken des doods traden mij tegen.
| |
| 18:7 | In dit nauw riep ik tot de Ene, tot mijn God kreet ik om bijstand,- hij hoorde uit zijn tempel mijn stem, ✡ mijn kreet om hulp voor zijn aanschijn kwam aan in zijn oor.
| |
| 18:8 | Toen schokte en schudde de aarde, de grondslagen van bergen sidderden, ✡ ze schokten, want het was in hem ontstoken!
| |
| 18:9 | Rook steeg uit zijn neus, een vuur uit zijn mond verteerde, ✡ gloeiende kolen brandden van daaruit.
| |
| 18:10 | Hij neigde de hemel en daalde neer, ✡ een wolkenzwerk onder zijn voeten.
| |
| 18:11 | Hij reed op een cheroev en vloog; ✡ hij zweefde op de vleugels van de Geest.
| |
| 18:12 | Hij liet zich door duisternis verbergen, als een loofhut om hem heen: ✡ duistere wateren, een dichte massa wolken.
| |
| 18:13 | Uit de lichtglans vóór hem voeren zijn wolkenmassa’s voort ✡ met hagel en kolen vuur.
| |
| 18:14 | De Ene liet het in de hemel donderen, de Allerhoogste gaf zijn stem, ✡ in hagel en kolen vuur.
| |
| 18:15 | Hij schoot zijn pijlen af, wist hen te verspreiden, ✡ slingerde bliksems,- bracht hen in de war.
| |
| 18:16 | Zichtbaar werden de beddingen van wateren, bloot lagen de grondslagen der wereld, van uw schelden, o Ene, ✡ van het snuiven van de geestesadem van uw neus!
| |
| 18:17 | Hij reikte van omhoog, nam mij mee, ✡ hij trok mij uit wateren vele;
| |
| 18:18 | ontrukte mij aan mijn vijand zo sterk, ✡ aan mijn haters, mij immers te machtig.
| |
| 18:19 | Zij traden mij tegen ten dage van mijn nood, ✡ maar daar kwam de Ene mij te hulp.
| |
| 18:20 | Hij leidde mij uit in de ruimte; ✡ om zijn behagen in mij schonk hij mij de vrijheid.
| |
| 18:21 | Mij vergold de Ene naar mijn gerechtigheid; ✡ naar de reinheid van mijn handen gaf hij mij terug.
| |
| 18:22 | Omdat ik heb bewaakt de wegen van de Ene, ✡ ik ben geen booswicht geweest, los van mijn God.
| |
| 18:23 | Want al zijn rechtsregels staan voor mij, ✡ en zijn inzettingen laat ik niet van mij wijken.
| |