| 18:24 | Als een volmaakte wil ik horen bij hem, ✡ worden bewaard voor onrecht van mijn kant.
| |
| 18:25 | De Ene gaf mij terug naar mijn gerechtigheid, ✡ naar de reinheid van mijn handen hem voor ogen.
| |
| 18:26 | Met een vriend sluit gij vriendschap, ✡ met een kerel volmaakt zijt gij volmaakt.
| |
| 18:27 | Met een reine betoont gij u rein, ✡ en met een draaier slingert gij ook.
| |
| 18:28 | Want zo zijt gij: een gemeenschap gebogen redt gij uit, ✡ en ogen hovaardig slaat gij neer.
| |
| 18:29 | Want gij zijt het die mijn lamp weer licht geeft, ✡ de Ene, mijn God, klaart mijn duisternis op.
| |
| 18:30 | Want met u neem ik een horde, ✡ met mijn God spring ik over een muur.
| |
| 18:31 | Hij, God, volmaakt is zijn weg, wat de Ene zegt is gelouterd, ✡ een schild is hij voor al wie toevlucht zoeken bij hem.
| |
| 18:32 | Ja, wie mag God heten buiten de Ene,- ✡ wie is een Rots dan alleen onze God?
| |
| 18:33 | De God die mij omgordt met macht, ✡ hij geeft volmaaktheid aan mijn weg.
| |
| 18:34 | Hij maakt mijn voeten als hinden, ✡ op bergkammen doet hij mij staan.
| |
| 18:35 | Die mijn handen geleerd heeft te strijden, ✡ mijn armen te spannen de bronzen boog.
| |
| 18:36 | Gij geeft mij het schild dat mij redt, uw rechterhand ondersteunt mij, ✡ uw wekroep maakt mij sterk!
| |
| 18:37 | Mijn tred onder mij verruimt ge, ✡ mijn enkels verslappen niet.
| |
| 18:38 | Ik jaag mijn vijanden na en haal ze in, ✡ ik keer niet om tot ik ze heb verdaan.
| |
| 18:39 | Die ik brak zijn onmachtig tot opstaan, ✡ zijn gevallen onder mijn voeten.
| |
| 18:40 | Gij omgordt mij met macht voor de strijd, ✡ mijn tegenstanders dwingt gij onder mij op de knieën.
| |
| 18:41 | Mijn vijanden gaaft ge mij bij de nek, ✡ mijn haters, gij doet ze teniet.
| |
| 18:42 | Zij roepen om hulp, maar geen redder,- ✡ tot de Ene, maar hij antwoordde hun niet.
| |
| 18:43 | Ik maal ze fijn, als stof op het aanschijn van de wind, ✡ als vuil van de straten ruim ik ze op.
| |
| 18:44 | Gij doet mij ontkomen uit de twisten van een manschap, gij maakt mij tot een hoofd van volkeren, ✡ een gemeenschap die ik niet kende zal mij dienen.
| |
| 18:45 | Zo snel als een oor hoort zullen ze naar mij horen, ✡ de zonen van een vreemde zullen tegen mij liegen om vrede.
| |
| 18:46 | De zonen van een vreemde zullen verwelken, ✡ sidderend uit hun burchten verdwijnen.
| |
| 18:47 | Leve de Ene, gezegend mijn Rots: ✡ hoog verheven de God van mijn redding!
| |
| 18:48 | De Godheid die mij wraak gaf, ✡ hij drijft manschappen voort, mij onderhorig!
| |
| 18:49 | Die mij doet ontkomen aan mijn vijanden, boven mijn tegenstanders mij verhief, ✡ aan een man van geweld zal hij mij ontrukken.
| |
| 18:50 | Daarom, Ene, zal ik u danken onder de volken, ✡ musiceren voor uw naam!
| |
| 18:51 | Die grote reddingen brengt aan zijn koning, en vriendschap bewijst aan zijn gezalfde, ✡ aan David en zijn zaad, tot eeuwig toe.
| |
| 19:1 | Psalm 19 (18) • Cœli enarrant. (Voor de koorleider, een musiceerstuk v. David.)
| |
| 19:2 | Zoals de hemelen verhalen de glorie van God, ✡ en het gewelf meldt wat zijn handen maken;
| |