De Naardense Bijbel is herzien

In 2004 voltooide Pieter Oussoren zijn Naardense Bijbelvertaling. In november 2014 is de herziene versie – Naardense Bijbel 2014 – verschenen, naar de vraag van de lezer op zakformaat. Zo kan de Bijbel ook mee naar de kerk.

Waarom na tien jaar een herziening? De Naardense Bijbel staat voor een letterlijke vertaling en wordt geprezen om zijn combinatie van letterlijkheid en poëtische kracht. De letterlijkheid maakt de schoonheid van het origineel voelbaar. Maar het kan en moet soms nog letterlijker, zodat de beeldende kracht van het originele Hebreeuws en het Bijbelgrieks nog beter naar voren komt. Hoe dichter bij de bron, hoe meer de tekst gaat spreken. Ook het kernachtige van het Hebreeuws zal nog beter tot zijn recht komen.

Lees verder


Bijbeltekst van week 9

Matteüs 4, 1-11 Veertig dagen

4:1


Dán

wordt Jezus omhooggevoerd naar de woestijn
door de Geest,
om beproefd te worden door de uiteenwerper.

4:2


Na veertig dagen en veertig nachten vasten

raakt hij ten slotte uitgehongerd.

4:3


De beproever komt op hem toe en zegt tot hem:

als je een zoon van God bent,
zeg dan dat deze stenen
broden worden!

4:4


Maar hij zegt ten antwoord:

er is geschreven:
niet bij brood alleen
zal de mens leven,
maar bij alle spreken dat voorbijtrekt
door de mond van God (Deut. 8,3)!

4:5


Dán

neemt de uiteenwerper hem mee
naar de heilige stad,
doet hem staan op de dakrand
van het heiligdom

4:6


en zegt tot hem:

als je een zoon van God bent,
werp jezelf dan naar beneden;
want er is geschreven:
aan zijn engelen zal hij over jou gebieden,
en op handen zullen ze je heffen
opdat je je voet niet
aan een steen stoot (Ps. 91,11-12)!

4:7


Jezus brengt tot hem uit:

wéér iets dat geschreven is:
je zult de Heer, je God, niet beproeven

(Deut. 6,16)!

4:8


Weer neemt de uiteenwerper hem mee,

naar een zeer hoge berg;
hij toont hem
alle koninkrijken van de wereld-op-orde
en hun glorie,

4:9


en hij zegt tot hem:

dat alles zal ik jou geven,
als je neervalt en hulde brengt
aan mij!

4:10


Dán

zegt Jezus tot hem:
ga weg, satan!–
want er is geschreven:
de Heer, je God, zul je huldigen
en alleen hém vereren (Deut. 6,13)!

4:11


Dán

laat de uiteenwerper hem los,
en zie, engelen komen tot hem
en hebben hem bediend.

Toelichting op Matteüs 4, 1-11 Veertig dagen

Op de eerste zondag van de Veertigdagentijd (naar de veertig weekdagen vanaf Aswoensdag tot aan Eerste Paasdag) leest de kerk vanouds het verhaal van de “veertig dagen en veertig nachten” die Jezus vastend in de woestijn doorbrengt, vaak benoemd als ‘de verzoeking in de woestijn’ want feitelijk gaat het over wat zich afspeelt ná die veertig dagen. Jezus –hongerig en dorstig– wordt bezocht door de diabolos – de “tussenwerper” of ‘”uiteenwerper”, die in vers 10 wordt aangesproken als satan, een aanduiding die in de Hebreeuwse Bijbel 27 keer voorkomt en daar zoiets betekent als “tegenstander” of “aanklager”. De Septuaginta (de oudste Griekse vertaling van het Oude Testament) vertaalt dat Hebreeuws met diabolos of diabolè.

In Matteüs 4 wordt de analogie tussen Jezus (en zijn leerlingen) en de geschiedenis van Israël voortgezet: na het verblijf in Egypte (Matteüs 2) trekt Jezus door het water (doop – Matteüs 3) heen en dan veertig dagen de woestijn in. In hoofdstuk 5 komt hij aan bij de berg (Sinaï) waar hij –als Mozes– de Tora, de leefregel van God onderwijst.

De analogie met het volk Israël dat veertig jaar in de woestijn verbleef is expliciet door het eerste citaat (in Matteüs 4,4) uit Deuteronomium 8,4. Net voorafgaande aan dat citaat lezen we in Deut. 8,3: “Gedenkt dan heel de weg welke de Ene, je God, je deze veertig jaar heeft doen gaan in de woestijn; om je te verootmoedigen, om je te beproeven, om te weten wat er in je hart omgaat: bewaak je zijn geboden of niet?” En dan in Deut. 8, 3: “Hij laat je honger lijden, hij doet je het manna eten ….opdat hij je tot erkenning zal brengen dat niet bij brood alleen de mens zal leven, maar bij al wat uittijgt uit de mond van de Ene.”

Dat het volgende citaat genomen is uit Psalm 91 is ook op geen enkele manier toevallig. Deze psalm maakt deel uit van spreuken en psalmen die werden gebeden ter bescherming tegen demonen en kwade krachten. Psalm 91,5-6 (“Je zult niet vrezen voor het schrikbeeld van de nacht, voor de pest die rondwaart in het donker, voor de koorts die woedt in de middag”) wordt in de Septuaginta zo begrepen: achter “koorts” voegt de Septuaginta toe kai daimoniou (en voor de demonie). De ironie is dan dat het in Matteüs 4,6 de satan is die Psalm 91 citeert. De Hebreeuwse verstaander moet de bitter humor wel hebben begrepen: de satan citeert uit een tekst die gebruikt wordt om kwade machten te verjagen!

Matteüs 4,8 gebruikt termen uit Deut. 34, 1-4 zoals vertaald door de Septuaginta: God laat daar aan Mozes “al het land” zien, met de suggestie dat het gaat om “heel de wereld”. En Matteüs 4:11 verwijst expliciet naar 1 Koningen 19,5-8 waar Elia wordt gevoed door een engel (een “boodschapper”), waarna hij zo gesterkt is dat hij veertig dagen voortgaat zonder voedsel tot bij de berg van God, de Horeb.

Israël, woestijn, Mozes, Elia, berg: Matteüs is bijna klaar voor de …… Bergrede.

Theo van Willigenburg

vanwilligenburg@kantacademy.nl

 

 

 

Archief met teksten van de week

Recensie over de Naardense Bijbel

Het grenst aan het onwaarschijnlijke wat hij tot stand heeft gebracht. Zijn taal is geïnspireerd, zijn zinnen leven, hij is eigenzinnig, uitzinnig vaak; hij hurkt niet en aan politieke correctheid heeft hij geen boodschap. Het geheel is niet alleen een wonder, maar vooral grote literatuur.


Het Parool
Lees alle recensies