Instellingen

1


Gebogen is Beel, gekromd is Nebo,

toevallen zullen hun beelden
aan het wild en aan het vee;
eens door u rondgedragen, nu opgeladen,
een draaglast voor doodmoe gedierte;

2


gekromd, gebogen zijn zij tezamen,

konden de draaglast niet redden,-
hun ziel is de kerker ingegaan.
••

3


Hoort naar mij, huis van Jakob,

al wat is overgebleven van Israëls huis,-
die zijt opgetild van de moederschoot af,
sinds de baarmoeder gedragen:

4


tot in ouderdom ben ik dezelfde,

tot in grijsheid zal ik u torsen,-
zoals ik gedaan heb zo zal ik u dragen,
ik zal u torsen en uitredden!
••

5


Op wie wilt ge mij laten lijken,
   met wie vergelijken,-

mij zo gelijkstellen dat ik er op lijk?

6


Die goud uit hun buidel schudden

en zilver afwegen in de waag,-
huren een smelter
   dat die er een god van maakt,

dan knielen ze, ja werpen zich neer!

7


Ze dragen hem op de schouder, torsen hem,
   laten hem neer op zijn plek en daar staat hij,

die wijkt nooit meer van zijn plaats!-
al schreeuwt iemand tot hem,
   hij antwoordt niet,

uit zijn benauwing zal hij hem niet redden.
••

8


Gedenkt dit en wordt weer mensen,-

overschrijders, laat het keren tot uw hart!

9


Gedenkt de eerste dingen van eeuwigheid af,-

want ík ben uw Godheid en anders geen,
God, en er is niemand zoals ik,

10


die sinds den beginne het einde al meldt,

sinds de oertijd al wat nog niet is gedaan,-
die zegt: mijn raadsbesluit houdt stand,
al wat mij behaagt zal ik doen!-

11


die uit het oosten een roofvogel roept,

uit een ver land de man van zijn raadslag,-
ja zoals ik heb gesproken laat ik het komen,
zoals ik heb gevormd, zo zal ik doen!
••

12


Hoort naar mij, sterken van hart,-

die verre zijt van gerechtigheid:

13


reeds breng ik mijn gerechtigheid nabij,
   zij blijft niet ver

en mijn heil blijft niet achter;
ik zal in Sion
   redding geven,

aan Israël mijn luister!
••