Instellingen

1


Dan geschiedt het spreken van de Ene

aan mij en zegt:

2


wat is dat met u

dat ge op Israëls –rode– grond
dit spreekwoord als spreuk hebt
   en zegt

‘vaders eten zure druiven
en de tanden van de zonen worden stomp’?-

3


zowaar ik leef,

is de tijding van mijn Heer, de Ene:
als er bij u ooit nog iemand is
die deze spreuk als spreekwoord gebruikt
   in Israël!-

4


zie, alle levende zielen zijn van mij,

zowel de ziel van de vader
   als de ziel van de zoon
   zijn van mij;

de ziel die zondigt, alleen díe vindt de dood!-
••

5


stel, iemand blijkt een rechtvaardige te zijn,-

hij heeft recht en gerechtigheid gedaan;

6


bij de bergfestijnen heeft hij niet meegegeten

en zijn ogen heeft hij niet opgeheven
naar de keutelgoden van het huis Israëls,-
de vrouw van zijn naaste heeft hij niet besmet
en tot een vrouw in haar afzondering
   nadert hij niet;

7


hij beknot niemand,

hij geeft een schuldenaar
   zijn onderpand terug,

hij rooft geen roofgoed,-
zijn brood geeft hij aan een hongerlijder
en een naakte heeft hij bedekt met een gewaad;

8


tegen rente geeft hij niet

en winst neemt hij niet,
van onrecht keert hij zijn hand af;
waarachtig recht zal hij doen
   tussen man en man;

9


zal hij volgens mijn inzettingen wandelen
   en heeft hij mijn rechtsregels bewaakt
   om in waarachtigheid te doen,-

dan is hij een rechtvaardige; leven,
   ja leven zal hij,

is de tijding van mijn Heer, de Ene;