Instellingen

16


en jij, mensenzoon,

neem je één boomtak
en schrijf daarop ‘van Juda
en van de zonen Israëls, zijn bondgenoot’;
neem weer één boomtak
en schrijf daarop
‘van Jozef, de boomtak van Efraïm,
en van heel het huis Israël, zijn bondgenoot’;

17


houd ze bij elkaar, één bij één wat jou betreft,
   tot één boom;

in jouw hand zullen ze worden tot één;

18


zodra ze tot je zeggen,

de zonen van je gemeente,- als ze zeggen:
meld je ons niet wat dit alles bij jou wil?,

19


spreek dan tot hen:

zó heeft gezegd mijn Heer, de Ene:
zie, ik ga de boomtak van Jozef nemen,
   die nu in de hand van Efraïm is,

en de stammen van Israël, zijn bondgenoot,-
en ik zal de boomtak van Juda
   plaats geven tegen hem aan

en hen maken tot één boom,
in mijn hand zullen ze één worden;

20


de boomtakken waarop jij schrijft

zullen voor hun ogen in jouw hand zijn;