Instellingen

15


Dan zegt de koning van Egypte

tot de baarhulpen
   van de Hebreeuwse vrouwen,-

de naam van de ene is Sjifra
en de naam van de tweede Poea,-

16


hij zegt:

als jullie de Hebreeuwse vrouwen
   helpen baren

dan zul je de twee stenen aanzien;
is het een zoon: breng hem ter dood,
is het een dochter: zij zal leven!

17


Maar de baarhulpen
   hebben ontzag voor Gód

en hebben niet gedaan
zoals tot hen gesproken had
   de koning van Egypte:
   ze laten de nieuwgeboren jongens léven.

18


Dan roept de koning van Egypte
   de baarhulpen

en zegt tot hen:
waarom hebben jullie dit gedaan
dat jullie de nieuwgeboren jongens
   laten leven?

19


Dan zeggen de baarhulpen tot Farao:

omdat ze niet als de Egyptische vrouwen zijn,
   de Hebreeuwse vrouwen,

omdat ze in het wild leven, zij!-
vóórdat de baarhulp
bij hen aankomt hebben ze al gebaard!

20


En góed doet God de baarhulpen;

ook groeit de gemeenschap
   en worden ze zeer sterk.

21


En het geschiedt:

omdat de baarhulpen
   ontzag hebben gehad voor Gód

doet hij dít aan hen: huisgezinnen.

22


Maar dan gebiedt Farao
   heel zijn gemeenschap en zegt:

elke zoon die wordt gebaard
werpt ge in de Stroom,
elke dochter laat ge leven!
••