Instellingen

1


Dan zingt Mozes met de zonen Israëls

voor de Ene deze zang;
ze zeggen veelzeggend:
zíngen wil ik voor de Ene,
   want hij is hoog verheven;

het ros en zijn ruiter schoot hij in zee!

2


Mijn zege en mijn muziek is de Ene:

hij is het die mij komt redden!
Híj is mijn God, ik prijs hem,
de God van mijn vader, hem verhef ik!

3


De Ene is een man van oorlog;


Ene is zijn naam!

4


Farao’s wagens en zijn legermacht
   smeet hij in zee;

de keur van zijn driekampers,
   ze werden in de Rietzee gedompeld.

5


Oerkolken overdekten hen;

ze daalden neer in de diepten
   zoals een steen!

6


Uw rechterhand, Ene,

schittert van kracht,
uw rechterhand, Ene, verplettert een vijand!

7


In een overvloed van hoogheid
   legt gij néér wie tegen u opstaan;

gij zendt uw laaiende woede uit:
die verteert hen als kaf!