Instellingen

28


Dan zegt de Ene tot Mozes:

tot wanneer weigert ge
mijn geboden
   en mijn onderrichtingen te bewaken?-

29


ziet in

dat de Ene
u de rustdag heeft gegeven;
daarom is hij het ook die u op de zesde dag
   brood voor twee dagen geeft;

blijft zitten, ieder op zijn plek;
laat niemand wegtrekken van zijn plaats
   op de zevende dag.

30


Dan houden ze rust, de gemeente,
   op de zevende dag.

31


Ze roepen, het huis Israël,
   als zijn naam uit: mán!,

en dat is
als korianderzaad zo wit,
en z’n smaak is als bladerdeeg met honing!

32


Dan zegt Mozes:

dit is het woord dat de Ene heeft geboden:
een omer daarvan
ter bewaring voor uw generaties!-
opdat zij het brood zien
dat ik u deed eten in de woestijn,
toen ik u uitgeleid heb
   uit het land van Egypte!

33


Mozes zegt tot Aäron:

neem één kruik
en geef daarin een omer vol mán plaats;
leg dat neer voor het aanschijn van de Ene,
ter bewaring voor uw generaties!

34


Zoals de Ene aan Mozes heeft geboden,

legt hij het neer, Aäron, voor het aanschijn
   van de Overeenkomst, ter bewaring.

35


De zonen Israëls

hebben het man veertig jaar gegeten,-
tot hun aankomst bij land om te zetelen;
het man hebben ze gegeten
tot hun aankomst
bij de rand van het land van Kanaän.

36


De omer?-

een tiende van de efa is dat.