Instellingen

8


Dan komt Amalek;

en voert met Israël oorlog, bij Refidiem.

9


Mozes zegt tot Jozua:
   kies voor ons mannen uit

en trek uit!, voer oorlog tegen Amalek!-
morgen
zal ik mij posteren
   op het hoofd van de heuvel

met de staf van God in mijn hand!

10


Jozua doet

zoals Mozes hem gezegd heeft,
en voert oorlog tegen Amalek;
en Mozes, Aäron en Choer
zijn geklommen naar
   het hoofd van de heuvel.

11


En het is geschied:

zodra Mozes zijn hand ophief, won Israël,
en zodra hij zijn hand liet rusten,
   won Amalek.

12


Als de handen van Mozes zwaar worden

nemen ze een steen, leggen die onder hem,
   en gaat hij daarop zitten;

Aäron en Choer
   hebben zijn handen ondersteund,

aan de ene kant een
en aan de andere kant een;
zo is er, door zijn handen, betrouwen
   tot aan de thuiskomst van de zon.

13


Jozua maakt Amalek
   en zijn gemeente weerloos
   voor de bek van het zwaard.

14


Dan zegt de Ene tot Mozes:

schrijf dit als gedachtenis op de boekrol
en zet het vast in Jozua’s oren;
want wegvagend
   zal ik de gedachte aan Amalek wegvagen

van onder de hemelen.

15


Dan bouwt Mozes een altaar;

hij roept als naam daarvoor uit:
   de Ene is mijn –beproefde– banier!

16


Hij zegt:

want, hand op zijn troon:
er is een oorlog voor de Ene tegen Amalek,-
van generatie op generatie!