Instellingen

10


welnu: ga,

ik zend je tot Farao;
en leid mijn gemeente, de zonen Israëls,
   weg uit Egypte!

11


Dan zegt Mozes tot God:

wie ben ik
dat ik tot Farao zal gaan,-
en dat ik de zonen Israëls uitleid uit Egypte?

12


Maar hij zegt:

omdat ik met jou zal zijn* Tussen Exodus 3,12 en 4,17 is een verband voelbaar tussen vormen van het werkwoord hajah (‘zijn’) en de in 3,15 onthulde Godsnaam JHWH (‘die-er-zal zijn’). Om dat verband zichtbaar en hoorbaar te houden, maakt in dit gedeelte ‘de ENE’ plaats voor ‘Die-er-zal-zijn‘.
en dit is voor jou het teken
dat ík je heb gezonden:
als je de gemeente hebt uitgeleid uit Egypte
zullen jullie God dienen
op déze berg!