Instellingen

13


Dan zegt Mozes tot God:

ziedaar, ik zal aankomen
bij de zonen Israëls
en tot hen zeggen:
de God van uw vaderen
heeft mij tot u gezonden!-
als zij tot mij zeggen: wat is zijn naam?,
wat zal ik dan tot hen zeggen?

14


Dan zegt God tot Mozes:

ik zal er zijn* Zie de vorige noot., zoals ik er ben!
Hij zegt:
zó zul je tot de zonen Israëls zeggen:

Ik-zal-er-zijn heeft mij tot u gezonden!

15


Dan zegt God nog tot Mozes:

zó zul je zeggen
tot de zonen Israëls:

Die-er-zal-zijn,

de God van uw vaderen,
God van Abraham,
   God van Isaak en God van Jakob,
   heeft mij tot u gezonden;

dit is mijn naam voor eeuwig
en dit is mijn gedachtenis
   voor generatie op generatie;