Instellingen

30


Het geschiedt de volgende morgen

dat Mozes tot de gemeente zegt:
gíj hebt gezondigd met grote zonde;
nú zal ik opklimmen tot de Ene:
misschien krijg ik verzoening
   voor uw zonde!

31


Dan keert Mozes terug tot de Ene en zegt:

o!,
gezondigd
heeft deze gemeente met grote zonde,
ze hebben zich een god gemaakt van goud!

32


En nu: áls gij hun zonde wilt wegdragen!…

en indien niet:
vaag míj dan weg
uit uw boekrol die ge hebt geschreven!

33


Dan zegt de Ene tot Mozes:

wie werkelijk tegen mij gezondigd heeft,
die veeg ik weg
uit mijn boek!-

34


welnu:

ga heen, leid de gemeente
naar (het oord) waarvan ik je heb gesproken,-
ziehier,
   mijn engel zal voor je aanschijn uit gaan;

en op de dag dat ik bezoeking doe
zal ik over hen hun zonde bezoeken!