Instellingen

14


Hij zegt:

als mijn gelaatstrekken meegaan,
   zal ik je dan tot rust brengen?

15


Hij zegt tot hem:

als uw gelaatstrekken niet meegaan,
laat ons dan niet van hier opklimmen!-

16


waaraan wordt anders geweten

dat ik genade heb gevonden in uw ogen,
   ikzelf en uw gemeente,

niet doordat gij met ons mee gaat?-
en wij zó onderscheiden zijn,
   ikzelf en uw gemeente,-

van heel de gemeenschap
op het aanschijn van de –rode– grond?