Instellingen

1


Daarna

zijn ze aangekomen, Mozes en Aäron;
ze zeggen tot Farao:
zo heeft gezegd de Ene, Israëls God:
zend mijn gemeente uit,-
dat ze voor mij feestvieren in de woestijn!

2


Dan zegt Farao:

wíe is ‘de Ene
   dat ik moet horen naar zijn stem

om Israël uit te zenden?-
nooit gekend!- ‘de Ene’,
en ook zend ik Israël niet uit!

3


Dan zeggen ze:

de God van de Hebreeërs heeft ons ontmoet;
wij moeten gaan
een weg van drie dagen in de woestijn:
en offeren aan de Ene,
   God-over-ons;

anders zal hij ons treffen
met de pest of met het zwaard.

4


Dan zegt tot hen de koning van Egypte:

wáárvoor, Mozes en Aäron,
maken jullie de gemeente teugelloos
   los van wat ze hebben te doen?-

gaat heen!, aan jullie lasten!

5


Farao,- de teugelloze, zegt:

juist nu ze met zovelen zijn,
   de gemeente van het land,

zullen jullie ze sabbat laten houden
   van hun lasten?!