Instellingen

22


De Ene
   heeft mij bereid
   als begin van zijn weg,-

vooraf aan zijn werken sinds toen;

23


een eeuwigheid geleden ben ik ingezet,
   sinds het begin,
   sinds de voortijden van de aarde;

24


toen er geen oervloeden waren
   ben ik onder weeën voortgebracht,-

toen er geen wellen waren,
zwaar van water;

25


eer er bergen werden afgezonken,-

vóór de verschijning van heuvels
   ben ik onder weeën voortgebracht;

26


nog had hij aarde en buitengebieden
   niet gemaakt,-

niet het begin
van de stofjes der wereld;

27


toen hij hemelen gereedmaakte
   was ík daar,-

toen hij een cirkel beschreef
op het aanschijn van de oervloed;

28


toen hij pluiswolken stevigheid gaf
   daarboven,-

toen hij de wellen van de oervloed
hun sterkte verleende;

29


toen hij voor de zee
   zijn voorschrift vaststelde,

dat de wateren
   niet aan het woord van zijn mond
   mochten voorbijgaan,-

toen hij de fundamenten der aarde
beschreef,

30


was ik aan zijn zijde

als troetelkind, en was ik zijn geluk
   dag aan dag,-

spelend voor zijn aanschijn
   te aller tijd,

31


spelend op het vlak van zijn aarde,-

en mijn geluk
lag bij de zonen van Adam!

32


Nu dan, zonen, hoort naar mij!-

zalig wie
waakzaam zijn over mijn wegen;

33


hoort naar vermaan en wordt wijs,

ontloopt het niet;

34


zalig een mens die hoort naar mij
   en wacht houdt bij mijn deuren,
   dag aan dag,-

wakend
over de posten van mijn poorten;

35


want wie mij vindt, vindt leven,-

hem valt welbehagen ten deel
van bij de Ene,

36


en wie tegen mij zondigt
   doet zijn ziel geweld aan;

allen die mij haten
zijn liefhebbers van dood!