Instellingen

20


Na dit alles,

toen Josjiahoe het huis gereed had gemaakt
is opgeklommen:
Necho, koning van Egypte,
   om oorlog te voeren in Karkemiesj,
   aan de Eufraat;

Josjiahoe trekt uit, hem tegemoet.

21


Maar hij zendt boden naar hem toe
   om te zeggen:
   wát is er tussen mij en jou,
   koning van Juda?-

niet tegen jou ben ik vandaag,
   maar tegen het huis
   waarmee ik oorlog voer,

en God heeft gezegd
   dat ik mij moest haasten;

jij, laat dan los van God die met mij is,
   dan zal hij je niet vernietigen;

22


maar Josjiahoe heeft zijn aanschijn
   niet van hem afgewend

maar zich vermomd
   om met hem oorlog te voeren

en hij heeft niet gehoord
   naar Necho’s woorden
   uit de mond van God;

om oorlog te voeren komt hij aan
bij de kloof van Megido.

23


Als de schutters schieten

op koning Josjiahoe,-
zegt de koning tot zijn dienaars:
   brengt mij over,

want ik ben zeer verzwakt!

24


Zijn dienaars brengen hem over,
   weg uit de wagen,

rijden hem weg
   op de tweede wagen die hij heeft

en laten hem naar Jeruzalem gaan;
hij sterft
en wordt begraven
   in de graven van zijn vaderen;

heel Juda en Jeruzalem
zijn in de rouw om Josjiahoe.