Instellingen

1


Dan spreekt de Ene tot Mozes en zegt:

2


maak

twee trompetten van zilver,-
uit één stuk gedreven moet je ze maken;
ze zullen voor jou wezen
voor het oproepen van de samenkomst
en voor het opbreken van de legergroepen.

3


Geven ze een stoot op beide,

laten ze dan bij jou samenkomen,
   heel de samenkomst,

bij de ingang van de tent van samenkomst.

4


Als ze maar op één een stoot geven:

laten dan bij jou samenkomen de vaandrigs,
de hoofden van Israëls duizendtallen.

5


En stoot ge een geschetter uit:

opbreken zullen dan de legergroepen
die gelegerd zijn naar het oosten.

6


En stoot ge een tweede geschetter uit,

opbreken zullen dan de legergroepen
die gelegerd zijn naar het zuiden;
geschetter zullen ze uitstoten
   om hen te laten opbreken.

7


Maar om de vergadering te vergaderen

zult ge één lange toon uitstoten
   en niet schetteren.

8


De zonen van Aäron, de priesters,

die mogen op de trompetten stoten;
wezen zullen die voor u
   een inzetting voor eeuwig,
   voor al uw generaties.

9


En wanneer ge in oorlog komt in uw land

tegen de benauwer die u benauwt,
en schettert op de trompetten:
er zal aan u worden gedacht
voor het aanschijn van de Ene, uw God,
en ge zult van uw vijanden worden verlost!

10


Op een dag van vreugde bij u,
   bij uw samenkomsten

en in uw nieuwemaansvieringen,
zult ge op de trompetten stoten,-
bij uw opgangsgaven
en bij uw vredesoffers;
wezen zullen ze voor u tot gedachtenis voor
   het aanschijn van uw God,-

ik, de Ene, uw God!