Instellingen

22


En stel, ge dwaalt

en doet níet
al deze geboden,-
welke de Ene tot Mozes heeft uitgesproken,-

23


al wat de Ene u heeft geboden
   door de hand van Mozes,

vanaf de dag
dat de Ene het heeft geboden en voortaan
   in al uw generaties:

24


zó zal het wezen:

als het aan de ogen van de samenkomst
   onttrokken

is gedaan, in dwaling,
klaarmaken zullen ze dan,
   heel de samenkomst,

één var, een runderjong: als opgangsgave,
   als een reuk die-tot-rust-brengt
   voor de Ene;

en de broodgift die erbij hoort
   en het plengoffer erbij,
   volgens de regel;

dan één geitensater, als ontzondiging.

25


Verzoening zal de priester vragen

over heel de samenkomst
   van de zonen Israëls
   en het zal hun vergeven worden;

want een dwaling was het,
en zij, brengen zullen ze
   hun toenaderingsgave,
   een vuuroffer voor de Ene,

en hun ontzondigingsgave
   voor het aanschijn van de Ene
   omdat het een dwaling van hen was.

26


Vergeven zal het worden

aan heel de samenkomst
   van de zonen Israëls

en aan de zwerver die bij hen te gast is;
want voor heel de gemeenschap
   was het ‘in dwaling’.

••

27


Als één enkele ziel zondigt in dwaling:

doen naderen zal zij dan een geit,
   een wijfje van nog geen jaar,
   als ontzondigingsgave.

28


Verzoening zal de priester vragen
   aan het aanschijn van de Ene,

over de ziel die gedwaald heeft
   met zonde in dwaling,-

om verzoening voor hem te verkrijgen,
   en dan is het hem vergeven.

29


De inwoner
   onder de zonen en dochters van Israël,-

en de zwerver die bij u te gast is:
één onderricht zal er voor u wezen
om te doen bij dwaling.

30


Maar de ziel die het doet
   met opgeheven hand,

inwoner of zwerver-te-gast:
de Ene is het die hij hoont!-
weggesneden worde die ziel
   uit de schoot van haar gemeente!

31


Want het woord van de Ene
   heeft hij veracht

en zijn gebod gebroken;
weggesneden, uitgesneden worde die ziel,-
   het ongelijk is bij haar!