Instellingen

4


Ze breken op

van Hor Hahar op weg naar de Rietzee
om om het land Edom heen te trekken;
maar de bezieling van de gemeente
   is niet toereikend
   op de weg.

5


De gemeente maakt woorden

met God
en met Mozes:
waarom hebt jullie ons laten opklimmen
   uit Egypte?-

om te sterven in de woestijn?-
want er is géén brood en geen water
en onze ziel
kótst van dat hongerbrood!

6


Dan zendt de Ene in de gemeente

de serafslangen uit
en die bijten de gemeente;
er sterft een talrijke manschap uit Israël.

7


Dan komt de gemeente tot Mozes
   en zeggen ze:
   we hebben gezondigd,

want we hebben woorden gehad
   met de Ene
   en met jou,

bid met alle inzet tot de Ene
dat hij de slang van ons laat wijken!-
dan zet Mozes zich biddend in
   voor de gemeente.

8


De Ene zegt tot Mozes:

maak, jij, een seraf
en zet die op een standaard;
zo zal geschieden met al wie gebeten is:
hij zal hem aanzien en leven.

9


Dan maakt Mozes
   een slang van slangenbrons

en zet die op de standaard;
en zo is geschied:
als de slang een man had gebeten
keek hij naar de slang van slangenbrons
   en bleef in leven.