Instellingen

3


Hij heft zijn spreuk aan en zegt:

tijding van Bileam, zoon van Beor,
tijding van de kerel met het geopende oog!-

4


tijding

van één die hoort de gezegden van God;
die de aanschouwing van de Overmachtige
   aanschouwt,-

neervallend met de ogen ontbloot:

5


hoe goed zijn je tenten, Jakob,-

jouw woningen, Israël!-

6


als beekbeddingen hebben ze zich uitgebreid,

als tuinen pal op een rivier;
als palmen, geplant door de Ene,
als ceders langs het water.

7


Er stroomt water uit zijn emmers

en zijn zaad krijgt overvloed van water;
hoger dan Agag zal zijn koning oprijzen,
zal zijn koningschap zich verheffen.

8


God is het die hem liet uittrekken uit Egypte,

hij is voor hem
   als de stootkracht van een buffel:

hij verslindt
de volkeren die hem beangstigen,
hun botten vermaalt hij
   en pijlen op hem gericht
   versplintert hij;

9


hij heeft zich gekromd,
   is gaan liggen als de leeuw,
   als een luipaard;
   wíe zal hem doen opstaan?-

die jou zegenen: gezegend!
   en die je vervloeken: vervloekt!