Instellingen

13


Hij komt weer buiten, de zee langs;

heel de schare is tot hem gekomen
en hij heeft hen onderricht.

14


In het voorbijgaan ziet hij Levi,

die van Alfeüs, bij het tolhuis zitten,
en hij zegt tot hem: volg mij!
Hij staat op en volgt hem.

15


En het geschiedt als hij in zijn huis aanligt,

dat vele tollenaren en zondaars
méé zijn gaan aanliggen met Jezus
en zijn leerlingen;
want het zijn er velen geweest,
en ze zijn hem gaan volgen.

16


De schriftgeleerden en de Farizeeërs

zien dat hij eet
met de zondaars en tollenaren
en hebben tot zijn leerlingen gezegd:
hij eet met de tollenaren en zondaars!

17


Jezus hoort dat

en zegt tot hen:
die sterk-en-gezond zijn
hebben geen heelmeester nodig,
wél wie het kwalijk hebben!-
ik ben niet gekomen
om rechtvaardigen te roepen,
wél zondaars!

18


De leerlingen van Johannes

en de Farizeeërs
zijn aan het vasten geweest.
Ze komen en zeggen tot hem:
waarom
vasten de leerlingen van Johannes
en de leerlingen van de Farizeeërs,
maar vasten de leerlingen die u hebt niet?

19


Jezus zegt tot hen:

terwijl de bruidegom bij hen is
zijn de ‘zonen van de bruiloft’ niet bij machte
te vasten,- evenveel tijd
als zij de bruidegom bij zich hebben,
zijn zij niet bij machte te vasten!-

20


maar er zullen dagen komen

dat de bruidegom bij hen is weggehaald,
dán zullen zij vasten,-
op díe dag!-

21


niemand naait een ‘opwerpstuk’ van

ongekrompen stof
op een oud kledingstuk;
anders
haalt de invulling zichzelf ervan los,
het nieuwe van het oude,
en wordt het een ergere scheur;

22


en niemand ‘werpt’ nieuwe wijn

in oude zakken;
anders zal de wijn de zakken scheuren,
en gaat én de wijn verloren én de zakken;
nee: nieuwe wijn in nieuwe zakken!