Instellingen

1


Maar: zomaar enkelen zijn bij hem

in datzelfde moment
en doen hem kond over de Galileeërs
wier bloed Pilatus heeft vermengd
met dat van hun offerdieren.

2


En ten antwoord zegt hij tot hen:

denkt ge dat deze Galileeërs
grotere zondaars zijn geweest
dan ál de Galileeërs,
dat ze dit alles hebben moeten lijden?-

3


nee!, zeg ik u; maar als gij u niet bekeert

zult ge allen evenzo omkomen;

4


of die achttien,

op wie de toren bij de Siloam viel
en hen doodde,-
denkt ge dat zij schuldiger
zijn geweest dan álle mensen
die in Jeruzalem wonen?-

5


nee!, zeg ik u, maar als gij u niet bekeert

zult ge allen evenzo omkomen!