Instellingen

15


Wanneer ze dan

het morgenmaal gehouden hebben
zegt Jezus tot Simon Petrus:
Simon-van-Johannes, heb je mij lief,
méér dan zij?
Hij zegt tot hem: ja Heer,
ú weet dat ik uw vriend ben!
Hij zegt tot hem: weid mijn bokjes!

16


Weer, een tweede keer, zegt hij tot hem:

Simon-van-Johannes, heb je mij lief?-
en hij zegt tot hem: já Heer,
ú weet dat ik uw vriend ben!
Hij zegt tot hem:
wees herder over mijn schaapjes!

17


Ten derden male zegt hij tot hem:

Simon-van-Johannes, ben je mijn vriend?
Petrus wordt bedroefd, omdat hij
ten derden male tot hem zegt
‘ben je mijn vriend?’,
en hij zegt tot hem: Heer,
ú weet alles,
ú kent mij als uw vriend!
Jezus zegt tot hem:
weid mijn schaapjes!-

18

amen, amen, zeg ik jou:
toen je jonger was omgordde je jezelf
en heb je gewandeld waar je wilde;
maar wanneer je oud wordt
zul je je handen uitstrekken
en een ander zal je gorden en
brengen waar je niet wilt!

19


Maar daarmee zegt hij in tekentaal

met wat voor dood
hij God verheerlijken zal.
Als hij dat gezegd heeft
zegt hij tot hem: volg mij!