Instellingen

13


Ik wil u er niet onkundig van laten,

broeders-en-zusters,
dat ik mij vaak heb voorgenomen
tot u te komen,
en tot hiertoe verhinderd werd,
om bij u enige vrucht te plukken,
zoals ook bij de overige volkeren.

14


Bij én Hellenen én barbaren,

én wijzen én onwetenden
sta ik in de schuld;

15


zodoende bij mij het verlangen

om ook aan u in Rome
het evangelie te verkondigen.

16


Want ik schaam mij

voor het verkondigde evangelie niet,
want het is een kracht van God
tot redding voor al wie het gelooft,
én Judeeër allereerst, én Helleen.

17


Want rechtvaardiging door God

wordt daarin geopenbaard,
uit geloof tot geloof,
zoals geschreven staat:
‘maar de rechtvaardige
zal leven uit geloof’ (Hab. 2,4).