Instellingen

11


Dan zeg ik: zijn ze misschien

gestruikeld om voorgoed te vallen?
Dat zij verre!
Maar door hĂșn struikeling
is het behoud tot de volkeren gekomen,-
om henzelf jaloers te maken!

12


Maar als hun struikeling

rijkdom van een wereld is
en hun tekort rijkdom voor volkeren,
hoeveel te meer dan hun volheid!

13


Tot u, de volkeren, zeg ik:

als ik dan toch
een apostel van volkeren ben,
acht ik het de glorie van mijn dienstwerk

14


als ik hoe ook

mijn vlees-en-bloed
jaloers zal kunnen maken
en enkelen van hen kan redden.

15


Want als hun verwerping al

verzoening voor een wereld is,
wat is dan hun aanneming anders
dan leven uit de doden?