Instellingen

20


Maar mens, wie ben jij dan wel

als je God zo antwoordt?-
zal het geformeerde
tot de formeerder zeggen:
‘waarom heb je me zó gemaakt?’ (Jes. 29,16).

21


Of heeft de pottenbakker geen vrijmacht

om uit hetzelfde leem
het ene voorwerp te maken voor iets eervols
en het andere voor iets on-eervols?

22


En als God nu eens,

om zijn toorn te tonen
en zijn kracht te doen kennen
voorwerpen van toorn,
voor ondergang toebereid,
in zijn overvloedige lankmoedigheid
heeft gebracht,-

23


ook om de rijkdom van zijn heerlijkheid

te doen kennen
over voorwerpen van ontferming,
die hij tevoren gereed heeft gemaakt
voor heerlijkheid?