Instellingen

5:11 Tessalonicenzen


Maar over tijden en tijdstippen,

broeders-en-zusters,
hebt ge het niet nodig
dat er aan u geschreven wordt.

5:21 Tessalonicenzen


Want zelf weet ge precies

dat de dag van de Heer,-
als een dief in een nacht,
zó zal zij komen.

5:31 Tessalonicenzen


Wanneer ze zeggen: ‘alles is

vrede en veiligheid’, dán
overvalt hen plotseling een verderf,
zoals de eerste wee haar die
een kind in de buik heeft,
en ontvluchten is er niet bij.

5:41 Tessalonicenzen


Maar gij, broeders-en-zusters,

verkeert niet in duisternis,
zodat die dag u als een dief
in bezit zou nemen;

5:51 Tessalonicenzen


want gij zijt allen

kinderen van licht
en kinderen van overdag;
wij zijn het niet van nacht
en niet van duisternis.

5:61 Tessalonicenzen


Dus moeten wij dan niet slapen

zoals de overigen,
maar wakker blijven
en nuchter zijn.

5:71 Tessalonicenzen


Want slapers slapen ’s nachts

en wie zich bedrinken
worden ’s nachts dronken;

5:81 Tessalonicenzen


maar wij die van overdag zijn,

laten wij nuchter zijn,
bekleed met een harnas van
geloof en liefde, en met een helm
van hoop op heil!

5:91 Tessalonicenzen


Want God heeft ons niet bestemd

voor zijn toorn, maar voor
het verkrijgen van heil
door onze Heer, Jezus Christus,

5:101 Tessalonicenzen


die voor ons gestorven is

opdat wij, hetzij wij wakker zijn,
hetzij wij slapen, gelijkelijk met hem
zullen leven.

5:111 Tessalonicenzen


Blijft daarom elkaar bemoedigen

en bouwt elkaar op, de een de ander,
zoals ge ook doet!

5:121 Tessalonicenzen


Maar wij vragen u wel,

broeders-en-zusters,
om weet te hebben
van wie onder u zwoegen, in de Heer
vóór u staan en u vermanen,

5:131 Tessalonicenzen


en om hen allerovervloedigst in liefde

hoog te achten vanwege hun werk.
Houdt vrede onder elkaar.

5:141 Tessalonicenzen


Maar wij roepen u op,

broeders-en-zusters,
vermaant wie ordeloos leven,
vertroost de kleinmoedigen,
ondersteunt de zwakken,
hebt geduld met allen.

5:151 Tessalonicenzen


Ziet toe dat niemand

kwaad met kwaad vergeldt
aan iemand;
nee, jaagt altijd het goede na
voor elkaar en voor allen.

5:161 Tessalonicenzen


Verheugt u altijd,

5:171 Tessalonicenzen


bidt zonder ophouden,

5:181 Tessalonicenzen


zegt dank in alles,-

want dat is de wil van God
in Christus Jezus jegens u.

5:191 Tessalonicenzen


Dooft de Geest niet uit,

5:201 Tessalonicenzen


kleineert profetieën niet,

5:211 Tessalonicenzen


maar toetst alles,

behoudt het goede;

5:221 Tessalonicenzen


houdt u ver van elke vorm

van het boze.

5:231 Tessalonicenzen


Hij, de God van de vrede,

moge u heiligen, geheel en al,
en geheel uw geest en ziel en lichaam
moge onberispelijk worden gehouden
in de komst van onze Heer, Jezus Christus.

5:241 Tessalonicenzen


Hij die u roept is getrouw,

hij zal het ook doen!

5:251 Tessalonicenzen


Broeders-en-zusters, bidt voor ons.

5:261 Tessalonicenzen


Groet alle broeders-en-zusters

met een heilige kus.

5:271 Tessalonicenzen


Ik bezweer u bij de Heer

dat deze brief voorgelezen wordt
aan alle broeders-en-zusters.

5:281 Tessalonicenzen


De genade van onze Heer,

Jezus Christus, zij met u!