Instellingen

1


Ik roep er dan toe op

dat als eerste van alle dingen
gedaan worden: smekingen,
aanbiddingen, voorbeden en
dankzeggingen,- voor alle mensen;

2


voor koningen en allen die

over ons gesteld zijn,
opdat wij een rustig en stil leven
mogen leiden, in alle vroomheid
en eerbaarheid.

3


Want dat is goed en aangenaam

voor het aanschijn van onze redder, God,

4


die wil dat alle mensen

worden gered
en tot waarachtige kennis komen.

5


Want God is één,

één is ook de middelaar
tussen God en mensen:
een mens, Christus Jezus,

6


die zichzelf gegeven heeft

als losprijs voor allen;
waarvan het getuigenis is op
geëigende tijdstippen;

7


waartoe ík ben aangesteld

als prediker en apostel
-ik spreek waarheid, ik lieg niet-
als leermeester van heidenen
in geloof en waarheid.

8


Ik wil dan dat de mannen

bij het bidden op iedere plaats
handen opheffen in heiligheid,
zonder toorn en twist.

9


Evenzo dat vrouwen

in een sierlijk gewaad
zich sieren met onopzichtigheid
en bezonnenheid,
niet met haarvlechten en
goud of parels of dure kleding,

10


nee, dat wat past bij vrouwen

die eerbied voor God verkondigen:
met goede werken.

11


Een vrouw moet in stilte

leerling willen zijn,
in alle ondergeschiktheid;

12


onderricht geven sta ik een vrouw niet toe,

noch meesteren over een man,
maar wel: er zijn in stilte.

13


Want Adam is als eerste

geformeerd, vervolgens Eva.

14


En Adam werd niet misleid,

maar de vrouw is misleid;
en eenmaal misleid is zij
tot haar misstap gekomen.

15


Maar door het baren van kinderen

zal zij worden gered,
indien zij blijven
in trouw geloof, en liefde
en heiliging gepaard met bezonnenheid.