Instellingen

7


Ge moet dus geduld hebben,

broeders-en-zusters,
tot de tegenwoordigheid van de Heer;
de landarbeider verwacht
de kostelijke vrucht van het land
maar oefent daarbij geduld
totdat hij eerste en laatste regen
heeft gekregen;

8


oefent ook gij geduld,

sterkt uw harten,
omdat de tegenwoordigheid van de Heer
genaderd is;

9


bekreunt u niet tegen elkaar,

broeders-en-zusters!-
opdat ge niet geoordeeld wordt;
zie, die zal oordelen staat voor de deur!

10


Neemt als een toonbeeld,

broeders en zusters,
van kwaadverdragen en geduld
de profeten die gesproken hebben
in de naam van de Heer;