Instellingen

17


Dan weeklaagt David

deze weeklacht,-
om Saul en om Jehonatan, zijn zoon.

18


Hij zegt:

om de zonen van Juda als booglied te leren;
zie, het staat geschreven
   op de boekrol des oprechten:

19


het sieraad, o Israël,

is op jouw hoogten doorboord;
hoe zijn de helden gevallen;

20


meldt het niet in Gat,

verkondigt het niet in Asjkelons straten!-
anders verheugen zich
   de dochters der Filistijnen,

anders jubelen de dochters der voorhuiden;

21


bergen van de Gilboa,

geen dauw en geen regen
   over u, verheven velden!-

want dáár is besmeurd
   het schild van heldhaftigen,

het schild van Saul,
niet langer gezalfd met olijfolie!-

22


voor bloed van doorboorden,

voor vet van heldhaftigen
week Jehonatans boog
niet achteruit;
het zwaard van Saul
keerde nooit leeg terug!

23


Saul en Jehonatan,

zo geliefd en zo dierbaar in hun leven,
zijn in hun dood niet gescheiden;
lichtvoetiger dan arenden waren ze,
heldhaftiger dan leeuwen;

24


dochters van Israël,

weent over Saul!-
die u kleedde in karmozijnrood vol pracht;
die u overdekte met pronk van goud
over uw kleding heen;

25


hoe zijn de helden gevallen

midden in deze oorlog;
Jehonatan,-
ligt op jouw hoogten doorboord;

26


ik ben beangst over jou,

mijn broeder Jehonatan,
je was mij zo dierbaar;
een groter wonder was jouw liefde voor mij
dan liefde van vrouwen!-

27


hoe zijn de helden gevallen

en gingen oorlogswapens verloren!