Instellingen

25


nu dan, Ene, God,

het woord
dat ge hebt gesproken
   over uw dienaar en over zijn huis,

geef het bestand tot in eeuwigheid!,
en doe zoals ge hebt gesproken!-

26


en groot zal uw naam zijn
   tot in eeuwigheid,
   dat men zal zeggen:

de Ene, de Omschaarde,
is God over Israël!,
en het huis van uw dienaar, van David,
zal vaststaan voor uw aanschijn;

27


want gij, Ene, Omschaarde, Israëls God,

hebt het oor van uw dienaar ontbloot
   en gezegd:

een huis bouw ik voor u!-
daarom heeft uw dienaar het hart gehad
om tot u te bidden
met dit gebed!-

28


nu dan, Heer-over-mij, Ene,

gij zijt het die God is,
en uw woorden zullen waarachtigheid zijn;
gij spreekt tot uw dienaar
dit goede!-

29


nu dan, onderneem het
   en zegen het huis van uw dienaar,

zodat het voor eeuwig mag blijven
   voor uw aanschijn;

want zelf hebt gij,
Heer-over-mij, Ene, gesproken
en door uw zegen
zal het huis van uw dienaar gezegend zijn
   voor eeuwig!