Instellingen

1


David zegt:

wie is er nog
die is overgebleven van het huis van Saul?-
ik wil hem vriendschap bewijzen,
omwille van Jehonatan!

2


Bij het huis van Saul hoort een dienaar
   wiens naam is
   Tsiva,

en dus roepen ze hem naar David;
de koning zegt tot hem: ben jij Tsiva?,
   en die zegt: om u te dienen!

3


De koning zegt:

is er soms nog iemand over
   van het huis van Saul?-

ik wil hem vriendschap van God bewijzen!
Dan zegt Tsiva tot de koning:
er is nog een zoon van Jehonatan,
   geslagen aan beide voeten!

4


De koning zegt tot hem: waar is hij?

Tsiva zegt tot de koning:
zie, hij is
in het huis van Machier, zoon van Amiël,
   in Lo Devar!

5


Koning David zendt boden;

hij neemt hem weg
uit het huis van Machier,
   zoon van Amiël, uit Lo Devar.

6


Mefibosjet, zoon van Sauls zoon Jehonatan,

komt aan bij David,
valt op zijn aanschijn en brengt hulde;
David zegt: Mefibosjet!,
en die zegt: ziehier uw dienaar!

7


David zegt tot hem: vrees niet,

want ik wil je daadwerkelijk
   vriendschap bewijzen,
   omwille van Jehonatan, jouw vader,

en naar jou laten terugkeren
heel het veld van Saul, je grootvader;
en jijzelf
eet voortaan je brood aan mijn tafel!

8


Hij brengt hulde

en zegt: wat is je dienaar wel,-
dat je je hebt gewend
tot de dode hond die ik ben?

9


De koning roept

Tsiva, Sauls hulpjongen, en zegt tot hem:
al wat van Saul is geweest
   en van heel zijn huis

heb ik hierbij gegeven
   aan de zoon van je heer;

10


dienen zul jij voor hem de –rode– grond,

jijzelf, je zonen en je dienaars,
   en de opbrengst

zal voor het huis van je heer
het brood zijn dat zij eten,
maar Mefibosjet, de kleinzoon van je heer,
zal voortaan zijn brood eten aan mijn tafel!
Tsiva heeft
vijftien zonen en twintig dienaars.

11


Tsiva zegt tot de koning:

geheel naar wat mijn heer de koning
   zijn dienaar heeft geboden,

zó zal je dienaar doen:
‘Mefibosjet
zal eten aan mijn tafel
als een van de zonen van de koning!’

12


Mefibosjet heeft een zoon, klein nog,

en diens naam is Micha;
en al wie zetelt in het huis van Tsiva:
dat zijn dienaars van Mefibosjet.

13


Mefibosjet

heeft zijn zetel in Jeruzalem,
want aan de tafel van de koning
   eet hij voortaan,-

terwijl hij kreupel is aan zijn twee voeten.